Notariszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Contact

Openingstijden griffie notariskamer: op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur.

De notariskamer maakt deel uit van de afdeling civielrecht en belastingrecht.

 

Tuchtrechtspraak

Artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) bepaalt dat notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen ter zake van handelen of nalaten:

  • in strijd met enige bij of krachtens die wet gegeven bepaling,
  • in strijd met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden,
  • dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

 

De tuchtprocedure

De tuchtrechtspraak in eerste aanleg wordt uitgeoefend door vier kamers voor het notariaat in de ressorten (gebieden) waarin Nederland is verdeeld:
Amsterdam, Arnhem-Leeuwarden, Den Haag en ‘s-Hertogenbosch.
De tuchtrechtspraak in hoger beroep wordt uitgeoefend door de notariskamer van het gerechtshof Amsterdam.

 

Hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam

Artikel 93 lid 2 Wna bepaalt dat het hof Amsterdam in hoger beroep de klachten tegen (toegevoegd/kandidaat-)notarissen behandelt. Het hof is de hoogste instantie; beroep (in cassatie) instellen tegen een beslissing van het hof is dus niet mogelijk.

Partijen kunnen hoger beroep bij het hof instellen tegen de beslissing van de kamer (behalve in de door de wet uitgezonderde gevallen) door middel van het indienen van een beroepschrift bij de griffie van het hof.

 

Procesreglement

Het landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven (in het bijzonder paragraaf 1.2.3) is op de procedure van de notariskamer van toepassing. Het procesreglement is te raadplegen op www.rechtspraak.nl.
Dit procesreglement is per 1 januari 2018 gewijzigd.

 

Griffierecht en bijstand

Voordat het hof een hoger beroep in behandeling neemt, heft de griffier een griffierecht zoals bepaald in de Wet op het notarisambt. De indiener van het beroepschrift moet het bedrag aan griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dat dit bedrag is verschuldigd, voldoen. Indien het griffierecht niet binnen vier weken is voldaan, volgt er een herinnering en een nadere termijn van twee weken om het griffierecht alsnog te betalen. Als het griffierecht ook niet binnen deze nadere termijn is voldaan, wordt het hoger beroep niet door het hof in behandeling genomen. Daarvan ontvangen de indiener van het beroepschrift en de wederpartij(en) uit de procedure in eerste aanleg schriftelijk bericht.

Partijen mogen zich laten bijstaan door een advocaat maar dit is (anders dan in de meeste hoger beroep-procedures) niet verplicht.

 

Indienen beroepschrift

Uit het procesreglement volgt onder meer dat het beroepschrift per post moet worden ingediend. Het beroepschrift kan ook per fax of e-mail (infohandelsrechtamsterdam@rechtspraak.nl) worden ingediend. In het geval van indiening per fax of e-mail moet het beroepschrift per omgaande per post bij het hof worden ingediend of afgegeven aan de balie van het hof.
Het beroepschrift moet door het hof zijn ontvangen binnen dertig dagen na de dag waarop de kamer haar beslissing aan partijen heeft verzonden. De beslissing van de kamer waartegen het beroep zich richt, moet worden meegestuurd met het beroepschrift.

 

Behandeling en uitspraak

Het hof behandelt de zaak opnieuw in volle omvang. Dat betekent dat het hof naar alle aspecten van de zaak kijkt, evenals de kamer voor het notariaat heeft gedaan. Maar het betekent ook dat het hof geen rekening mag houden met klachten of klachtonderdelen die voor het eerst in hoger beroep worden aangevoerd.
De mondelinge behandeling is in beginsel openbaar en vindt (uitzonderingen daargelaten) plaats op donderdag. Voor het bijwonen van een zitting als belangstellende kunt u zich aanmelden bij de afdeling communicatie en (pers-) voorlichting.

Het hof doet meestal tien weken na de mondelinge behandeling uitspraak. Tijdens de mondelinge behandeling kan het hof ook een andere uitspraaktermijn bepalen. Indien mogelijk wordt de beslissing eerder gegeven. Daarvan krijgen partijen geen (schriftelijk) bericht. Als blijkt dat de beslissing niet op de meegedeelde datum kan worden gegeven, stelt het hof partijen daarvan schriftelijk in kennis met vermelding van de nieuwe uitspraakdatum.

 

Publicatie

De beslissingen van het hof worden zo spoedig mogelijk na de uitspraak (in geanonimiseerde vorm) gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

 

 

Verwijzingsverzoeken

Indien een klacht is ingediend met betrekking tot een (plaatsvervangend) lid van een kamer voor het notariaat dat notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris is, verzoekt de voorzitter van die kamer voor het notariaat de president van het hof om een andere kamer voor het notariaat aan te wijzen teneinde zich met de behandeling van die klacht te belasten (artikel 99 lid 8 Wna).
De verwijzingsbeslissing wordt, indien mogelijk, binnen een week na ontvangst van het verwijzingsverzoek door de (plaatsvervangend) president gegeven en toegezonden aan:

  • de verzoekende kamer
  • de aangewezen kamer
  • klager
  • de desbetreffende (toegevoegd/kandidaat-)notaris

Verwijzingsbeleid
Als het verzoek is ingediend door de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch aan. Als feiten en/of omstandigheden hieraan in de weg staan, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Arhem-Leeuwarden aan.
Als het verzoek is ingediend door de kamer voor het notariaat in het ressort ‘s-Hertogenbosch, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag aan. Als feiten en/of omstandigheden hieraan in de weg staan, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam aan.
Als het verzoek is ingediend door de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden aan. Als feiten en/of omstandigheden hieraan in de weg staan, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort ‘s-Hertogenbosch aan.
Als het verzoek is ingediend door de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam aan. Als feiten en/of omstandigheden hieraan in de weg staan, wijst de president de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag aan.

 

Kamersamenstelling

 

Raadsheren:

mr. A.C. Faber (fungerend voorzitter)
mr. Boumans, A.D.R.M. (plv. voorzitter)
mr. Lieber, J.H.
mr. Meer, H.T. van der (president)
mr. Rang, J.C.W. (plv. voorzitter)
mr. Sturhoofd, A.R.
mr. Tromp, J.W.M.

Raadsheren-plaatsvervanger:

mr. Altena, C.H.M. van
mr. Bijkerk, M.
mr. Blokland, P.
mr. Gehlen, B.J.M.
mr. Lekkerkerker, T.K.
mr. Mertens, J.L.G.M.
mr. Stollenwerck, A.H.N.
mr. Zaane, J.W. van

 

Stafjurist:

mr. Blokker, R.

Juridisch medewerkers:

mr. Dooting, E.M.
mr. Koning, T.J. de
mr. Peters, L.H.J.

 

 

Externe contacten

Het hof heeft regelmatig overleg met organisaties die zich bezighouden met (het toezicht op) de beroepsgroep. Tot deze organisaties behoren de kamers voor het notariaat, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en het Bureau Financieel Toezicht. In dat overleg worden actuele ontwikkelingen besproken die de beroepsgroep betreffen. Ook kunnen verbeterpunten voor de werkwijze aan de orde komen.

Praktische informatievoorziening

Deze pagina bevat informatie over de notariskamer van het hof Amsterdam. De informatie is bedoeld als praktische informatievoorziening. Het kan zijn dat, omwille van de duidelijkheid, regelingen samengevat en/of onvolledig worden weergegeven. In geval van strijdigheid van de weergave geldt te allen tijde de wettelijke bepaling of de regeling die op grond van een wettelijke bevoegdheid is gegeven. In geval van twijfel wordt u aangeraden uw vraag aan het gerechtshof voor te leggen. Deze informatie is van toepassing op beroepschriften die op of na 1 januari 2018 zijn ingediend.