Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak De Hond

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak De Hond
Den Haag, 14 juni 2011

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Maurice de Hond tegen zijn veroordeling door het hof. Strafrechtelijke vervolging en veroordeling van Maurice de Hond is gerechtvaardigd. Dat De Hond in een civiele procedure al is veroordeeld, doet daar niet aan af.

Achtergrond

Maurice de Hond heeft, in de overtuiging dat in de Deventer moordzaak een onschuldige door de strafrechter is veroordeeld, in verschillende media en bij herhaling gezegd dat de moord is gepleegd door M. de J. (in diverse publicaties ‘de klusjesman’ genoemd). Diens partner werd door hem onder meer ervan beschuldigd dat zij hem een vals alibi heeft verschaft.
De Hond is ten laste gelegd dat hij met zijn uitlatingen opzettelijk de eer en goede naam van degenen die hij heeft beschuldigd, heeft aangetast.

Procedure bij rechtbank en hof

De rechtbank heeft De Hond op 22 november 2007 (ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8525) vanwege zijn uitlatingen veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof veroordeelde De Hond op 13 oktober 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0036) in hoger beroep tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof heeft de door de civiele rechter uitgesproken veroordelingen meegewogen bij de strafoplegging.

Het hof heeft het recht op vrijheid van meningsuiting van de verdachte en de bescherming van de belangen van de aangevers afgewogen en geoordeeld dat een veroordeling gerechtvaardigd is. De verdachte ging te ver door een persoon aan te wijzen als dader terwijl een ander voor die moord onherroepelijk was veroordeeld. Bij zijn kritiek op het optreden van de politie in de Deventer moordzaak had de verdachte voor andere manieren kunnen kiezen. De volhardende beschuldigingen hebben een grove en onherstelbare inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers. Het hof heeft meegewogen het verschil in maatschappelijke positie en kwetsbaarheid tussen de verdachte als bekende Nederlander en de aangevers als gewone burgers.

Procedure Hoge Raad

De Hond  (advocaat mr. G.G.J. Knoops in Amsterdam) heeft cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld tegen de uitspraak van het hof Amsterdam.

Op 11-01-2011 heeft advocaat-generaal mr. J. Silvis in zijn conclusie de Hoge Raad geadviseerd de uitspraak van het hof te vernietigen en terug te verwijzen naar het hof Amsterdam of een aangrenzend hof.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad vindt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de strafrechtelijke vervolging van de verdachte niet in strijd is met de rechten van de verdachte. Verder heeft het hof op juiste wijze tegen elkaar afgewogen enerzijds het algemeen belang dat kan zijn gediend bij het zonder terughoudendheid uiten van kritiek op de waarheidsvinding in een strafzaak en anderzijds het belang van een gewone burger om te worden beschermd tegen herhaalde beschuldigingen van een ernstig misdrijf

De verdachte heeft in cassatie nog geklaagd dat het hof niet heeft beslist op het verweer dat de verdachte te goeder trouw kon aannemen dat de uitlatingen waarvoor hij terecht staat waar waren ( art. 261, derde lid, Sr). In dat geval zou hij vrijuit gaan.
Volgens de Hoge Raad heeft het hof wel op dat verweer beslist en heeft het dat verweer op toereikende wijze verworpen. Het hof heeft namelijk geoordeeld dat de verdachte op de vraag of de aangever op basis van het door de verdachte verzamelde bewijsmateriaal zou kunnen worden veroordeeld, nee heeft geantwoord. Desondanks gebruikte hij telkens stellige formuleringen waarin hij de aangever als moordenaar aanwees. Daarmee heeft het hof tot uitdrukkking gebracht dat de verdachte niet te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat zijn uitlatingen waar waren.

 
Ook voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen, met een zogenoemde verkorte motivering als bedoeld in art. 81RO. Dat betekent dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen aan de orde zijn gesteld die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Gevolg van deze uitspraak

De veroordeling door het hof is definitief geworden.


Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juni 2011. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Op dinsdag 14 juni is persraadsheer Jhr. mr. B.C. de Savornin Lohman van 12.30 tot 13.30 uur via onderstaand telefoonnummer beschikbaar voor het geven van toelichting.

Den Haag, 14 juni 2011
Mireille Beentjes, communicatieadviseur
Tel. 070-3611237

Uitspraken

Meest gelezen berichten