Laden...

Reflectie familie- en jeugdrechters

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Kwaliteit van de rechtspraak > Reflectie familie- en jeugdrechters

Laatste update: 16 september 2022

 Veelgestelde vragen

>Alles uitklappen
  • Rechtsbescherming is een van de kernwaarden van de Rechtspraak. Een pijler onder een goed functionerende rechtsstaat. De toeslagenaffaire legde echter bloot dat rechtsbescherming geen vanzelfsprekendheid is. Nog pijnlijker is dat het hier vaak ging om mensen in een extra kwetsbare positie. In navolging van bestuursrechters die onderzoek deden naar hun rol bij de toeslagenaffaire is ook binnen andere rechtsgebieden een reflectietraject gestart, zoals binnen het familie- en jeugdrecht.

  • Het gaat om een brede reflectie op de taak, rol en de aanpak van familie- en jeugdrechters in gezags- en omgangskwesties (waarin door de raad voor de kinderbescherming een onderzoek is verricht of waarin door de familie- en jeugdrechter een bijzondere curator is benoemd), civiele jeugdbeschermingszaken (zoals ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen) bij de rechtbanken en de hoven en de dilemma's die daarbij spelen. De centrale vraag is: Hoe biedt de familie- en jeugdrechter bij de uitvoering van zijn/haar wettelijke taak rechtsbescherming aan kinderen en (pleeg)ouders in deze zaken?

    De reflectie moet concrete aanbevelingen opleveren om de juiste rechtsbescherming te kunnen bieden in individuele zaken. De aanbevelingen zullen gericht zijn aan familie- en jeugdrechters zelf, maar zouden deels ook gericht kunnen zijn aan ketenpartners en andere staatsmachten.

  • Het reflectieproces bestaat uit 4 delen:

    1. Juridisch onderzoek en literatuurstudie
    Het eerste deel van de reflectie betreft een onderzoek naar het juridisch kader (wet- en regelgeving) van de jeugdbeschermingszaken en de G&O zaken en de daarin voorhanden zijnde (juridische) instrumenten van de familie- en jeugdrechter. Via een literatuurstudie worden (juridische en pedagogische) inzichten verkregen met betrekking tot de wijze waarop de familie- en jeugdrechter dit kader toepast.     

    2. Jurisprudentieonderzoek
    Het tweede deel bevat een (beperkt) jurisprudentieonderzoek. Aan de gerechten wordt gevraagd aan de hand van door de reflectiecommissie geformuleerde vragen een analyse te maken van eigen jurisprudentie. De informatie die mede hieruit naar voren komt, wordt door de reflectiecommissie nader geanalyseerd. Deze analyse kan input zijn voor de professionele gesprekken die met de familie- en jeugdrechters, juridisch medewerkers en deskundigen worden gevoerd.

    3. Praktijkervaringen
    Het derde deel betreft het ophalen van praktijkervaringen, behoeftes en meningen van familie- en jeugdrechters en juridisch medewerkers, deskundigen en ervaringsdeskundigen (jongeren en (pleeg)ouders). De ervaringen van de familie- en jeugdrechters en juridisch medewerkers worden door vragenlijsten en gesprekken verzameld. De ervaringen van deskundigen worden via expertmeetings/gesprekken verzameld. De ervaringen van jongeren en (pleeg)ouders worden via gesprekken verzameld.

    4. Samenbrengen en analyseren
    Het vierde deel betreft het samenbrengen en analyseren van de uit de onderdelen 1 tot en met 3 opgehaalde resultaten en ervaringen én het schrijven van het rapport met aanbevelingen.

  • De reflectiecommissie bestaat uit 2 raadsheren, 3 rechters en 2 juridisch medewerkers. Daarnaast zijn er 4 externe deskundigen betrokken bij de reflectie, die de commissie adviseren en ondersteunen. De adviseurs komen uit de wetenschap, ontwikkelingspsychologie en advocatuur. 

    - mr. E.A.M. Scheij, senior raadsheer en rechterlijk bestuurslid gerechtshof ’s-Hertogenbosch (voorzitter)
    - mr. dr. R. Feunekes, raadsheer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    - mr. drs. C.M.J. van den Acker, senior rechter rechtbank Limburg
    - mr. M.J. Alt - van Endt, senior rechter rechtbank Den Haag
    - mr. G.M.J. Vijftigschild, rechter rechtbank Overijssel
    - mr. M.E. Verhulst – Langer, stafjurist rechtbank Zeeland-West-Brabant
    - mr. M.A.J. van Zeggeren, senior juridisch medewerker gerechtshof Den Haag. 
    - mr. drs. C.C.M. van Schevikhoven, secretaris Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak (projectsecretaris) 
    - mr. T. Rijerse - de Wit, secretaris Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak (projectsecretaris)

    - drs. J.A.M. Hendriks, ontwikkelingspsycholoog en mediator
    - prof. dr. mr. T. Liefaard, hoogleraar kinderrechten aan de Universiteit Leiden
    - prof. dr. J. Mesman, hoogleraar in de interdisciplinaire studie van maatschappelijke uitdagingen aan de   Universiteit Leiden
    - mr. I.J. Pieters, familie- en jeugdrechtadvocaat bij Groenendijk & Kloppenburg advocaten en rechter- en raadsheer-plaatsvervanger.
  • Een kind kan gedwongen uit huis worden geplaatst wanneer zijn veiligheid in het geding is of er gevaar dreigt voor zijn ontwikkeling, dit gevaar in de thuissituatie niet voldoende kan worden verminderd en ouders aan de noodzakelijke jeugdhulpverlening niet voldoende meewerken. De rechter is alleen betrokken om te beoordelen of gedwongen hulpverlening en/of een uithuisplaatsing mag worden ingezet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als ouders door persoonlijke problemen niet voldoende in staat zijn voor hun kind te zorgen.  

    Die persoonlijke problemen kunnen ontstaan zijn doordat er verschillende moeilijkheden in het gezin zijn op psychisch gebied, gebrekkige opvoedvaardigheden en/of maatschappelijke problemen. Schulden, bestaanszekerheid of huisvestingsproblemen kunnen er onderdeel van zijn. Hoe schulden of andere persoonlijke problemen precies zijn ontstaan, weten familie- en jeugdrechters niet altijd. De rechter beschikt alleen over de informatie die in het dossier staat en wat er op de zitting gezegd wordt. De oorzaak van de schulden is voor de rechter niet leidend: de huidige situatie van het kind telt, wat de oorzaak ook is.  

    Uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen in het algemeen maken deel uit van de reflectie van familie- en jeugdrechters. Met deze brede aanpak is het de bedoeling dat de reflectie concrete aanbevelingen oplevert om de juiste rechtsbescherming te kunnen bieden in alle individuele zaken.

  • In het kader van het reflectietraject wordt niet gekeken naar de individuele uithuisplaatsingen van de gedupeerden van de toeslagenaffaire. De Rechtspraak gaat wel een ander onderzoek inrichten.

  • De Raad voor de Kinderbescherming of een gecertificeerde instelling is vaak de verzoekende partij, maar dat is niet altijd zo. Ook ouders kunnen verzoeken doen. De rechter baseert zijn beslissing op de stukken die door alle betrokkenen zijn ingediend en wat er op de zitting is gezegd. Bij de beslissing weegt de rechter de belangen van alle betrokkenen; de belangen van het kind staan altijd voorop. 

  • Ja, gesloten jeugdzorg is een van de vormen van uithuisplaatsing, daar zal ook aandacht voor zijn. De centrale vraag zal ook hier zijn op wat voor wijze de rechter bij verzoeken tot gesloten jeugdzorg rechtsbescherming biedt aan de minderjarige en de ouders.

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via:

Instagram Instagram

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8:00 uur tot 20:00 uur en op vrijdag van 8:00 uur tot 17:30 uur.