Hoger beroep

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Hoger beroep

De discussie over een efficiënte en effectieve inrichting van de Rechtspraak richt zich ook op het hoger beroep. Daarbij rijst de vraag in hoeverre het systeem van hoger beroep de doelen bereikt waarvoor het in het leven is geroepen. Opvallend bij de discussie over (denkbare beleidsmaatregelen op het gebied van) hoger beroep is het gebrek aan empirische analyse op dit gebied. Zowel de Raad als het WODC hebben daarom besloten om empirisch onderzoek te entameren. Het onderzoek bestaat uit drie deelstudies.

1) De eerste deelstudie betreft een brede analyse van appelratio’s bij diverse typen zaken op basis van de in de primaire procesbestanden en afgeleide bestanden aanwezige informatie. Dit onderzoek wordt door de Raad zelf uitgevoerd.

2) De tweede deelstudie, uit te voeren door het WODC, bestaat primair uit dossieronderzoek dat zal worden aangevuld met interviews met raadsheren. Daarbij komen vragen aan de orde als: a) bij wat voor soort zaken komt hoger beroep vaak voor; b) op welke soort(en) argumentatie spitsen hoger beroepszaken zich toe; c) in hoeverre wijken de uitkomsten in hoger beroep af van die in eerste aanleg en wat is de motivering hierbij; en d) hoe worden hoger beroepszaken behandeld (enkelvoudig/meervoudig; andere procedurele aspecten) en wat zijn de ervaringen van raadsheren met enkelvoudige rechtspraak en de verlofprocedure?

3) De derde deelstudie betreft in opdracht van de Raad extern uit te voeren onderzoek naar motieven van procespartijen om wel of niet in hoger beroep te gaan en hun ervaringen met hoger beroep.

Onderzoeksvragen deelstudie 3
De probleemstelling ziet op de determinanten van rechtzoekenden om wel of niet in hoger beroep te gaan hun waardering van de hoger beroepsprocedure. De centrale onderzoeksvragen zijn:
1) Wat zijn de belangrijkste determinanten van de beslissing van rechtzoekenden om al dan niet in hoger beroep te gaan? Daarbij dienen zowel potentiële determinanten in de instrumentele sfeer (een verwachte/te verwachten gunstiger uitslag in hoger beroep en/of de wens tot uitstel) als in de procedurele sfeer (informatieve/procedurele/distributieve rechtvaardigheid) aan de orde te komen;
2) Hoe waarderen appellanten de hoger beroepsprocedure en in hoeverre sluit deze waardering aan op de determinanten van de onder de eerste onderzoeksvraag genoemde beslissing?

Onderzoeksaanpak
Deelonderzoek 3 richt zich op het, via empirisch onderzoek te verkrijgen, inzicht in de functie van hoger beroep voor individuele rechtszoekenden. Daarbij zulllen drie typen rechtzoekenden worden ondervraagd:
1) de groep die na behandeling van de zaak in eerste aanleg niet in hoger beroep gaat;
2) de groep die in hoger beroep is gegaan, maar waarbij het hoger beroep nog niet heeft gediend;
3) de groep waarvan de procedure in hoger beroep is beëindigd.

Uitvoering
De eerste deelstudie betreft intern onderzoek door de Raad, de tweede deelstudie wordt uitgevoerd door het WODC en de derde deelstudie betreft een extern uit te voeren onderzoek. Het onderdeel van de derde deelstudie dat zich richt op het bestuursrecht wordt uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen, onder verantwoordelijkheid van prof. mr. dr. A.T. Marseille. De deelstudies die zien op het strafrecht en het civiele recht worden uitgevoerd door Regioplan in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en Ipsos Synovate, met drs. R.C. van Waveren als projectleider. 

Status
De onderzoeken zijn gestart in de lente van 2012 en oplevering geschiedt naar verwachting aan het einde van 2012. 

      

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum