Rechtspraaklezingen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

 Rechtspraaklezingen

>Alles uitklappen
  • Rechtspraaklezing 2017 (pdf, 172,7 KB)

    In een tijd waarin de uitvoerende en wetgevende macht minder weerstand kunnen bieden aan het populisme, loopt de rechterlijke macht als hoeder van de rechtsstaat het gevaar gekleineerd te worden. Dit zei Lord Chief Justice of England and Wales John Thomas in zijn Rechtspraaklezing, uitgesproken tijdens de Dag van de Rechtspraak (donderdag 28 september) in Utrecht.

  • ​Rechtspraaklezing 2016

    ‘Hoe zichtbaar moet een rechter zijn?’ Deze vraag werpt publicist en opiniemaker Bas Heijne op met zijn Rechtspraaklezing, uitgesproken tijdens de Dag van de Rechtspraak (8 september 2016). Na een uitvoerige analyse van de huidige maatschappij met al haar nukken en grillen komt Heijne tot de conclusie: ‘Het is niet zozeer de rechter die meer zichtbaar moet worden, als wel de rechtstaat zelf.’

  • Rechtspraaklezing 2015 (pdf, 263 KB)

    Hoe kan de rechter zich een weg banen door het ‘spanningsmoeras’ tussen een veilige samenleving aan de ene kant en grondrechten van burgers aan de andere kant?

    Dat was het onderwerp van de Rechtspraaklezing die Janneke Gerards, hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vandaag uitsprak tijdens de Dag van de Rechtspraak in de Stadsgehoorzaal in Leiden.

    Actueel debat

    Gerards nam haar gehoor (circa 500 rechters, raadsheren, bestuurders en politici) mee in het actuele debat over de spanning (‘spanningsmoeras’, aldus de hoogleraar) die er is tussen veiligheid en vrijheid – het thema dit jaar van de Dag van de Rechtspraak. Gerards schetste dat er veel percepties zijn van veiligheid, objectieve en subjectieve. Daarom is het volgens haar van het grootste belang 'heel precies'b te zijn in de definitie van belangen van de partijen die in dit soort zaken voor de rechter staan. Rechters kunnen zich bij de afweging van belangen niet beroepen op algemene pleidooien voor dé privacy of dé veiligheid, vindt Gerards.

    Legitimiteit

    Een tweede belangrijke taak die de hoogleraar Europees recht voor de rechter weggelegd ziet, is een toetsing van de legitimiteit van wetgeving. Als voorbeeld gaf ze dat na een ramp of een aanslag de politieke reflex heel vaak is het aanscherpen van eisen. ‘Juist daar zou een rechter scherp naar moeten kijken. Als aan een van de legitimiteitseisen niet is voldaan, heeft hij alle reden om de wetgever of het bestuur op de vingers te tikken.’ Emoties en angst.

    Uitgebreid motiveren

    Tot slot pleitte Gerards ervoor dat rechters in de echte ‘dilemmazaken’ over vrijheid versus veiligheid, hun uitspraken uitgebreid motiveren. Dat helpt de rechter zelf, want zo kan hij beoordelen of wat hij in zijn hoofd heeft, ook op papier goed te beredeneren valt. In de tweede plaats is zo’n uitgebreid vonnis waardevol bij het maatschappelijke debat dat op zo’n uitspraak volgt. Gerards: 'Juist dat maakt het mogelijk om de discussie op goede en inhoudelijke gronden te voeren, en dat is binnen onze hijgerige samenleving waardevol.' 

     

     

     

     

     

     

     

  • ​Rechtspraaklezing 2014

    Hans Wijers, oud-topman van Akzo Nobel en voormalig minister van Economische Zaken zet uiteen dat de kwaliteit van de Rechtspraak van groot strategisch economisch belang is voor een land. De grootste bedreiging voor het concurrentievermogen van Nederland is niet de kwaliteit van rechtspraak, maar dat zijn het karakter en de kwaliteit van de wetgeving. Wijers betoogt dat het systeem van rechtspraak fantastisch en efficiënt is, maar dat het schort aan de grondstoffen, zijnde kwalitatief goede wetgeving.

  • ​Rechtspraaklezing 2013

    Opinieleider Paul Schnabel zet uiteen dat er niet één kwaliteitsbegrip is voor rechtspraak. Het thema van de Rechtspraaklezing 2013 is 'Recht op Kwaliteit'. Schnabel onderscheidt drie verschillende forums van kwaliteit: het juridische, het politieke en het maatschappelijke.
    Wat betreft het juridische forum gaat het over de kwaliteit van uitspraken, de jurisprudentie, het interne kwaliteitssysteem. Volgens Schnabel is er op dit niveau niet zo veel aan de hand. Het politieke forum kenmerkt zich volgens Schnabel door meer bemoeienis. Waar het vroeger onder politici goed gebruik was niets te zeggen over de derde staatsmacht, is er steeds meer commentaar. Het maatschappelijke forum ligt in het verlengde van het politieke. De samenleving komt steeds dichter bij de rechtspraak. Voor rechters en raadsheren is het de kunst een balans te vinden tussen de drie forums, aldus Schnabel. En de juiste balans – dat is goede kwaliteit.

  • ​Rechtspraaklezing 2012

    Hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen zet uiteen dat de Rechtspraak aan zijn beeldvorming moet werken door afstand te bewaren tot de samenleving. Uit onderzoek blijkt dat de
    rechtspraak een ‘sterk merk’ is. De goede reputatie is echter allang geen vaststaand feit meer waar rustig op vertrouwd kan worden. Het vertrouwen van de samenleving in de rechtspraak wordt regelmatig aan het wankelen gebracht. Voor deze lezing vroeg de Raad voor de rechtspraak de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), waar Frissen bestuursvoorzitter is,  onderzoek te doen naar beelden die beslissers en publieke opinieleiders hebben van de rechtspraak. Interviews met 32 vertegenwoordigers van de politieke, bestuurlijke en culturele elite leveren een gemengd beeld op. Politici geven de rechtspraak een dikke voldoende. Vrijwel alle ondervraagden beschouwen de rechtspraak als een sterk merk, maar plaatsen daar wel kanttekeningen bij. Sommigen vrezen dat de rechtspraak wordt meegezogen in de bredere kritiek op het gezag, anderen hebben praktische kritiek op de rechtsgang, bijvoorbeeld wat betreft de doorlooptijden. De meerderheid vindt dat de rechtspraak niet slecht presteert, maar dat de perceptie van de prestaties sterk onderhevig is aan een wisselende publieke opinie. Frissen pleit voor een sterk ‘institutioneel zelfbewustzijn’, waarbij de Rechtspraak zijn eigen plek inneemt in plaats van toenadering te zoeken. Die positie past goed bij de belangrijkste kernwaarde van de rechtspraak: de onafhankelijkheid. Juist door wat afstand te houden, laat de rechtspraak zichzelf zien, vindt Frissen.

  • ​Rechtspraaklezing 2011

    De Rechtspraaklezing biedt jaarlijks de gelegenheid om de rol van de rechtspraak in de samenleving te belichten en zo bij te dragen aan de gedachtevorming over de ontwikkeling van de rechtspraak. Korter en meer direct: het is een moment om eens een flink statement te maken over onze positie in de samenleving. En de huidige omstandigheden, zo dacht de Raad dit keer, dwingen tot een wat strijdvaardiger aanpak. De woordkeus bij deze 6e lezing wijst er al op: arena! U bent klassiek genoeg geschoold om de betekenis van dat woord te kennen: een arena is een met zand bestrooid strijdperk in het circus of het amfitheater.

    De term 'arena' dekt steeds meer de lading van het maatschappelijk debat rondom de rechtspraak gelet op de verharding en de ongenuanceerdheid van de discussie. Daarbij wordt de Rechtspraak niet zelden weggezet als een instituut dat niet weet wat er in de samenleving leeft. Zorgwekkend is dat onjuiste berichtgeving dit beeld voedt en dat ook politici hieraan bijdragen. Rechters in Nederland zijn hier – terecht – bezorgd over.
    Rechterlijke zorgvuldigheid en bedachtzaamheid verhouden zich soms lastig tot de snelheid waarmee de discussie in de media wordt gevoerd. En als het gaat om individuele rechters: zij hebben niet dezelfde vrijheid om zich te uiten als hun criticasters en kunnen vaak niet rechtstreeks ingaan op verwijten die aan hun adres worden gemaakt – zeker niet als de zaak nog onder de rechter is. In die zin doet de arena waarin het publieke debat plaatsvindt soms wel denken aan de arena van het klassieke Romeinse theater waar de christenen ten tijde van de keizers Caligula (12-41 NC) en Nero (54-68 NC) letterlijk voor de leeuwen werden gegooid.

    De genodigde spreker is Marc Chavannes, politiek commentator die elke week de weersgesteldheden - of meer nog: het klimaat -  in ons land in NRC Handelsblad in perspectief zet. Als geen ander is hij in staat ons een blik te bieden op de kwaliteit van het Nederlandse publieke debat, niet alleen gezien zijn kennis van onze polder maar juist omdat hij vergelijkenderwijs kan spreken. Hij was 'on the street' in London (1983-1988), 'sur la place' in Parijs (1993-2000) en 'visited' Berkeley en Washington DC (2000-2005).

  • ​Rechtspraaklezing 2010

    De Rechtspraak moet niet langer de behoeften en problemen uit de samenleving krampachtig proberen in te passen in het keurslijf van de rechterlijke organisatie. De vraag van de burger moet uitgangspunt worden voor de inrichting van de organisatie en de werkprocessen van de rechtspraak. Dit is de centrale boodschap van Carla Eradus, president rechtbank Amsterdam, in de rechtspraaklezing Naar een ideaal gerecht.

    Om het ideale gerecht te realiseren is volgens Eradus een omslag in het denken binnen de rechtspraak noodzakelijk. Het is tijd om te expliciteren hoe de rechtspraak beter kan aansluiten bij de behoeften en problemen in de samenleving. De inrichting van de rechtspraak in de drie rechtsgebieden civiel, straf- en bestuursrecht, spreekt dan niet meer vanzelf. Veel logischer is het zaken vraaggericht en meer thematisch aan te pakken. De vraag: ‘Wat is het probleem dat zich voordoet in het leven van een mens, welke juridische problemen gaan daarmee gepaard en hoe kunnen die integraal, adequaat en tijdig in onderlinge samenhang worden behandeld?’, zou daarbij volgende Eradus leidend moeten zijn.
    Met voorbeelden geeft Eradus inzicht in de vraaggestuurde aanpak: ‘De afwikkeling van de juridische gevolgen van een verkeersongeval kosten het slachtoffer nu veel tijd en inspanning. Als het tegenzit, moet hij zich door meerdere zaken heen worstelen. Zou het niet denkbaar zijn dat het slachtoffer een kwestie integraal kan voorleggen aan de rechter en in een keer op zoveel mogelijk punten uitsluitsel krijgt? En zou het slachtoffer dan niet een betere kans hebben om de draad van zijn leven zo snel mogelijk weer op te pakken en te participeren in de samenleving?’
    Pas als de Rechtspraak deze omslag kan maken, ontstaat er een Rechtspraak waarin de toepassing van het recht regelrecht zal zijn aangesloten op vragen van burgers.

  • ​Rechtspraaklezing 2009

    ‘U zit als Rechtspraak op goud, maar daarover horen wij u niet’, aldus Saskia J. Stuiveling, President van de Algemene Rekenkamer, in haar Rechtspraaklezing die zij op 4 november jongstleden in het gebouw van de Raad van de rechtspraak hield. Startpunt van haar betoog was het onderscheid tussen rechters als collectief en de Rechtspraak — de Hoofdletterrechtspraak — als instituut.

    Met instemming citeerde zij de woorden van de huidige president van de Hoge Raad, mr. G. Corstens, die in zijn installatierede onomwonden stelde dat rechters ‘in zekere zin’ niets (moeten) willen. Niets anders dan elke dag weer vers en fris tegen de hem of haar voorgelegde feiten en argumenten aan kijken en op basis daarvan beslissen. Maar de Rechtspraak moet wel degelijk iets willen; moet in de samenleving te horen zijn omwille van de effectiviteit van het recht. In die rol moet volgens Stuiveling de ‘jonge’ Raad nog groeien (en ook de tijd daarvoor van de samenleving krijgen).

    Ter illustratie zoomde de spreekster in op doelstelling 4 van de Agenda van de rechtspraak 2008-2011: Rechtspraak in de samenleving. In dat verband wees zij op de schat aan kennis die rechters hebben over ontwikkelingen in de samenleving op basis van hun specifieke bemoeienis met de gevolgen ervan. Die kennis moet gedeeld worden! Voorbeelden van instituten die deze rol actief hebben geagendeerd zijn er ten overvloede; ze wees op de internationale Rekenkamer gemeenschap INTOSAI, de World Health Organization (WHO) en het Koninklijk Instituut van Register Accountants (NIVRA).

    Ter visualisering hield Stuiveling de aanwezigen twee beeldlogo’s voor. Het klassieke beeld van Vrouwe Justitia als rechtspraaklogo en de nieuwe op de kaft van het nieuwe SSR-programma pront poserende dame als icoon voor de Rechtspraak.

  • ​Rechtspraaklezing 2008

    Op 13 november 2008 sprak Gabriël van den Brink, hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde (Universiteit Tilburg) de rechtspraaklezing 2008 uit. Daarin pleitte hij voor meer aandacht van de kant van de Rechtspraak voor de communicatie met de ’bedreigde burger’. De Rechtspraak moet zich er volgens hem zich veel meer van bewust zijn hoe groot het verschil is tussen de bovenlaag van de samenleving (‘ons soort mensen’, ook wel ‘de bedrijvige burgers’) en deze categorie, juist waar het aankomt op informatieverwerking.

  • Rechtspraaklezing 2007

    Deze speciale Engelstalige editie van Rechtstreeks bevat de tekst van de op 23 november in de Nieuwe Kerk te Den Haag uitgesproken tweede Rechtspraaklezing. Spreker was Sir Igor Judge, President van de Queen’s Bench Division van England and Wales, en zijn onderwerp: the reflective Judge.

    Dit thema was niet toevallig gekozen want het is een van de onderwerpen waarvoor Bert van Delden, die op voornoemde datum als voorzitter afscheid nam van de Raad voor de rechtspraak, de afgelopen jaren met nadruk aandacht heeft gevraagd heeft.

    In de lezing gaat Judge in op de centrale opdracht voor elke strafrechter: zich steeds bewust te zijn van de taak te komen tot een ’safe conviction’. Zodra er ook maar enige twijfel op dit punt bestaat moet de zaak opnieuw bezien worden (the case must be quased).

    Naast de tekst van de lezing bevat deze speciale editie van Rechtstreeks ook de Engelse vertaling van het eerder door Bert Van Delden in het Nederlands Juristenblad (2006, nr. 26) gepubliceerde artikel over hetzelfde thema.

  • ​Rechtspraaklezing 2006

    Rechtspraaklezing’ die mr. A.H. van Delden hield ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw van de Raad voor de rechtspraak door H.M. de Koningin op 16 mei 2006.