Wetgevingsadvies 2005

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Wetgevingsadvies > Wetgevingsadvies 2005

 Wetgevingsadvies 2005

>Alles uitklappen
  • Wetsvoorstel huurprijsliberalisatie (pdf, 30,1 KB)

    Het wetvoorstel beoogt een vergroting van het geliberaliseerde segment van huurwoningen. Niet langer de huurprijs maar de WOZ-waarde van een huurwoning vormt de grondslag voor de huurprijsliberalisatie. Ook huurders die voor de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel een woonruimte huren vallen onder de werking van het Wetsvoorstel. Deze huurders zullen echter niet eerder dan 2010 overgaan van een gereguleerd naar een geliberaliseerd regime. Huurders die een huurtoeslag ontvangen krijgen extra bescherming tegen een verhoging van de huurprijs. In de laatste plaats is de uitbreiding van het geliberaliseerde segment afhankelijk van de uitbreiding van het totale aanbod van huurwoningen.

    Het Wetsvoorstel heeft naar verwachting zowel een positief als een negatief effect op de zaaksinstroom. Beide gevolgen kunnen ex ante niet betrouwbaar worden ingeschat.

  • Wetsvoorstel strafrechtelijk vervolgbaar maken feitelijk leiding geven aan verboden gedragingen overheidsorganen (pdf, 32,2 KB)

    Het wetsvoorstel betreft onderwerpen die de fundamentele verhouding tussen overheidsorganen raken. De Raad stelt voorop dat naar zijn oordeel de verhouding tussen onderdelen van de overheid en de strafrechtelijke aansprakelijkheid van overheidsorganen door de (grond)wetgever – en niet primair door de rechter – dient te worden bepaald. Dit geldt naar het oordeel van de Raad ook voor de kwestie van de aansprakelijkheid van opdrachtgevers en feitelijk leidinggevers voor verboden gedragingen van overheidsorganen, aangezien de vraag naar de toerekening van die gedragingen aan de overheid daarmee onverbrekelijk samenhangt.

     

  • Wetsvoorstel afschaffing Procuraat (pdf, 125,9 KB)

    Voor de gerechten werkt het huidige stelsel waarin uitsluitend procureurs proceshandelingen verrichten beveredigend. Het wetsvoorstel zal zonder ingrijpende maatregelen leiden tot veel extra werk van de gerechten. Uit pilots waarin werkwijzen met elektronisch berichtenverkeer worden getest, moet blijken welke effecten de afschaffing van het procuraat op de werkbelasting van de gerechten heeft. Mocht uit deze pilots of anderszins blijken dat de afschaffing van het procuraat substantiëlere gevolgen voor de werklast van de gerechten heeft dan de Raad in zijn advies van 7 juni 2004 tentatief heeft berekend, dan zal de Raad op extra middelen aanspraak maken. De Raad is verheugd dat het wetsvoorstel een algemene regeling voor elektronisch procederen bevat. In de praktijk bestaat een grote behoefte aan een dergelijke regeling.

    De Raad heeft over de afschaffing van het procuraat en het elektronisch procederen de volgende opmerkingen:

    • In zaken waar nu met tussenkomst van een procureur geprocedeerd wordt, moet het gebruik van elektronisch berichtenverkeer, en op termijn elektronisch documentenverkeer, wettelijke verplicht gesteld worden zodra de technische faciliteiten hiervoor aanwezig zijn. Wordt een dergelijke verplichtstelling achterwege gelaten dan zal de Rechtspraak met forse meerkosten geconfronteerd worden.
    • Het wetsvoorstel dient een duidelijker regeling voor de elektronische handtekening te bevatten. Met name zou verhelderd moeten worden hoe de regeling voor elektronisch procederen zich verhoudt tot artikel 83 Rv.
    • In het wetsvoorstel moet verhelderd worden welke consequenties een tijdelijke uitval van het computersysteem van de Rechtspraak voor de verjarings- en beroepstermijnen heeft. 
    • Binnen de Rechtspraak staan de computersystemen onder centraal beheer en gerechten hebben geen directe zeggenschap over deze systemen. De regeling in het voorgestelde artikel 33 lid 4 Rv waarin het tijdstip van verzending gekoppeld is aan het moment waarop een elektronisch bericht het systeem verlaat waarover het gerecht controle heeft, sluit niet aan op de ICT-infrastructuur van de Rechtspraak. 
    • De afschaffing van het procuraat zou moeten samenvallen met de herziening van het griffierechtstelsel. Mocht dit niet het geval zijn dan zullen de gerechten tijdelijk met een hogere werkbelasting en aanzienlijke meerkosten worden geconfronteerd.

     

  • Wetsvoorstel huisverbod bij huiselijk geweld (pdf, 32,5 KB)

    Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om een huisverbod op te leggen aan degene die een gevaar vormt voor zijn huisgenoten, zoals zijn of haar echtgeno(o)t(e), partner en/of kinderen. De betreffende persoon mag gedurende een periode van in beginsel tien dagen de woning niet betreden, noch contact hebben met zijn huisgenoten. De burgemeester legt de maatregel op. De uithuisgeplaatste kan het huisverbod laten toetsen door de rechter. 

  • Wijziging besluit rechtsbijstand (pdf, 28,5 KB)

    De voorgestelde wijzigingen van genoemde besluiten vloeien voort uit het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand (kamerstukken 29685). Deze hebben geen zelfstandige invloed op de rechtspleging en geven de Raad geen aan leiding tot het maken van op- of aanmerkingen. De Raad wil echter van de gelegenheid gebruik maken om kort in te gaan op genoemd wetsvoorstel. Het raakt weliswaar met name de Raden voor de rechtsbijstand, maar er is één onderdeel dat voor de inning van de griffierechten van belang is. De voorwaardelijke toevoeging vervalt en wordt vervangen door de mogelijkheid om een toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken. Thans wordt bij een voorwaardelijke toevoeging geregistreerd dat er nog een toetsing moet plaatsvinden. Straks zal de griffie echter alle toevoegingen als definitief moeten behandelen. Het derde lid van artikel 17 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken bepaalt dat het recht indien een toevoeging wordt ingetrokken terstond opvorderbaar is. In het geval dat dit achteraf gebeurt, weet de griffie dat niet. Blijkens informatie van de Directie toegang rechtsbestel wordt thans in 15% van 350.000 zaken een voorwaardelijke toevoeging verleend en wordt 16% daarvan ingetrokken. Het gaat dus om meer dan 8.000 zaken per jaar.

     

  • Wetsvoorstel wijziging Wet op de Jeugdzorg (pdf, 33,6 KB)

    De Raad ondersteunt de intentie om jongeren die op civiele titel in justitiële jeugdinrichtingen (JJI) verblijven en jongeren die daar op strafrechtelijke titel verblijven gedifferentieerd op te nemen. De problematiek van de samenplaatsing kan echter niet los worden gezien van de problematiek van de totale jeugdbescherming en jeugdzorg. Het is niet ondenkbaar dat er een extra wachtlijst zal ontstaan, bijvoorbeeld voor de categorie jongeren die via het strafrecht binnenkomen en omgezet worden naar een civiele aanpak.

  • Wetsvoorstel wijziging WW en ontslagrecht (pdf, 57,3 KB)

    Het wetsvoorstel bevat drie voor de Rechtspraak relevante onderdelen, te weten: (i) beperking van de verwijtbaarheidstoets; (ii) wijziging van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) opdat bij Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) andere regels voor ontslag op bedrijfseconomische gronden kunnen worden overeengekomen; in samenhang daarmee worden verschillende artikelen in het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) aangepast; en (iii) werkgevers worden verplicht bij te dragen aan de vergroting van de employability van een ontslagen werknemer. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) krijgt bevoegdheden om de naleving van deze verplichting te handhaven, waartegen beroep open staat.

    Raad deelt de verwachting dat met de voorgestelde versoepeling de behoefte aan pro forma ontslagen zal afnemen. De mate waarin die afname zich zal voordoen is nog onzeker omdat de pro forma ontbindingsprocedure ook voorziet in een andere behoefte: die van de werkgever aan zekerheid dat de ontslagkwestie onomkeerbaar en definitief is afgewikkeld en die van de werknemer dat hij ten aanzien van de vergoeding over een executoriale titel beschikt, waarmee hij betaling kan afdwingen zonder daarvoor een langlopende bodemprocedure tot nakoming van de overeenkomst te hoeven voeren. Deze voordelen biedt een tussen partijen vastgelegde beëindigingsovereenkomst niet. Voor commentaar op de maatregelen (ii) en (iii) wordt naar het advies verwezen.

  • Rapport griffierechten (pdf, 24 KB)

    Het voorgestelde systeem is aanzienlijk eenvoudiger dan het bestaande systeem met 38 variaties aan tarieven. De indeling van de staffels, de variaties in bedragen en sectoren/instanties, en het gehanteerde onderscheid natuurlijke persoon/ rechtspersoon komen de Raad redelijk evenwichtig voor. Afschaffing van het gecompliceerde systeem van de in debetstelling zal de werkbelasting van de civiele griffies verlichten. De Raad juicht dit toe, evenals het voorgestelde experiment met inning van de proceskostenveroordeling door de Raden voor de rechtsbijstand.

  • Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijking, vergoelijking, bagatellisering en ontkenning zeer ernstige misdrijven (pdf, 47,1 KB)

    Het wetsvoorstel stelt onder meer de verheerlijking van terroristische misdrijven strafbaar. In zoverre sluit het aan op het wetsvoorstel opsporing van terroristische misdrijven en het wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid. De Raad onderschrijft de doelstelling en noodzaak van de bestrijding van het terrorisme maar meent dat ook dit wetsvoorstel te verreikend is.

    Een van de kritiekpunten op het voorstel is dat de rechter in het kader van een "apologiezaak" een antwoord moet geven op de vraag of een bepaalde (historische) gebeurtenis kan worden beschouwd als een internationaal of terroristisch misdrijf. Daardoor ontstaat het gevaar dat in essentie historische, religieuze en politieke controverses door de strafrechter moeten worden beslecht. Het is bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter over voldoende materiaal zal kunnen beschikken om adequaat te oordelen. Het politieonderzoek zal immers niet op dat aspect gericht zijn geweest.

    Uit de toelichting op het wetsontwerp valt voorts af te leiden dat het de bedoeling is degenen te straffen die openbare uitlatingen doen met het oogmerk maatschappelijke onrust te veroorzaken. Deze bedoeling komt echter in de redactie van het wetsvoorstel zelf onvoldoende tot uitdrukking. In het wetsvoorstel ontbreekt namelijk het vereiste dat de onrust opzettelijk moet zijn veroorzaakt. Hierdoor krijgen de wettelijke bepalingen in potentie een zodanige reikwijdte dat ook maatschappelijke onrust veroorzakende journalistieke en wettenschappelijke publicaties, daaronder kunnen vallen. Aldus kan de vrijheid van meningsuiting zoals die ook in door Nederland onderschreven internationale verdragen is vastgelegd in het geding komen.

  • Wetsvoorstel informatie-uitwisseling ondergrondse netten-advies (pdf, 23,7 KB)

    Het wetsvoorstel heeft als doelstelling het verminderen van het aantal graafincidenten waarbij kabels en leidingen worden beschadigd. Ter naleving van de hoofdbepalingen uit het wetsvoorstel worden strafrechterlijke en bestuursrechterlijke handhavingsinstrumenten, waaronder een bestuurlijke boete, geïntroduceerd. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen.

  • Beleidsvoornemen beroepsgang Wet Medezeggenschap Scholen (pdf, 40,9 KB)

    De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereidt een wetsvoorstel over de medenzeggenschap op scholen voor. Zij heeft de Raad om advies gevraagd over de in dit wetsvoorstel op te nemen geschillen- en beroepsregeling, die van toepassing zal zijn op geschillen tussen een schoolbestuur en de medenzeggenschapsraad.

    De Raad heeft geadviseerd de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam bevoegd te verklaren in dergelijke geschillen. Het belangrijkste argument hiervoor is de inhoudelijke parallel tussen deze zaken en de zaken op het gebied van de wet op de ondernemingsraden, waarin de Ondernemingskamer ook bevoegd is.

  • Wetsvoorstel implementatie richtlijn langdurig ingezetenen (pdf, 24,4 KB)

    Het wetsvoorstel en het besluit strekken tot implementatie van de EG richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109/EG). De ontwerpen geven op dit moment geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen. De werklastconsequenties voor de gerechten zijn naar verwachting zo gering dat hiervoor nu geen aparte financiering gevraagd wordt. Indien na inwerkingtreding mocht blijken dat de werklastconsequenties toch aanzienlijk zijn, dan behoudt de Raad zich het recht voor aanvullende financiering te vragen.

  • Wetsvoorstel handhaving consumentenbescherming (pdf, 65,9 KB)

    Het wetsvoorstel regelt de oprichting van een Consumentenautoriteit dan kan optreden tegen inbreuken met een collectief karakter op het Europese consumentenrecht. De Consumentenautoriteit zal zich vooral gaan bezighouden met het toezicht op de naleving van regelgeving waarop nog geen sectorspecifiek toezicht wordt gehouden. Met het toezicht op sectorspecifieke regelgeving zullen reeds bestaande sectorspecifieke toezichthouders worden belast.

    De Consumentenautoriteit kan bij het gerechtshof ’s-Gravenhage een civielrechtelijke verbodsactie starten. De Raad kan zich goed vinden in dit voorstel tot concentratie. Tevens wordt voorgesteld het beroep tegen besluiten van de Consumentenautoriteit en de sectorspecifieke toezichthouders bij de rechtbank Rotterdam te concentreren. De Raad adviseert echter om deze beroepszaken te verdelen over de rechtbank Zwolle-Lelystad (beroep tegen besluiten van de Consumentenautoriteit) en de rechtbank Rotterdam (beroep tegen besluiten van de sectorspecifieke toezichthouders).

  • Wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid (pdf, 70,1 KB)

    Het wetsvoorstel is ingegeven door de dreiging van terrorisme en bedoeld om de overheid in het belang van de nationale veiligheid en ter voorkoming en bestrijding van terrorisme, instrumenten te geven om op te kunnen treden tegen natuurlijke en rechtspersonen als strafrechtelijk en strafvorderlijk optreden (nog) niet of niet meer mogelijk is.

    In zijn advies over het wetsvoorstel opsporing van terroristische misdrijven vraagt de Raad zich af of de wetgever de rechter wel in staat stelt op een verantwoorde wijze zijn oordeel te vormen. De toetsingsdrempel wordt namelijk in dat wetsvoorstel zeer laag gelegd en de rechter zal naar verwachting over weinig informatie kunnen beschikken op grond waarvan hij kan toetsen. Ook het wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid plaatst de rechter voor een wezenlijk dilemma. Hij moet op basis van summiere, voor hem niet toetsbare, gegevens een beslissing nemen die ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van een individu.

    Het komt de Raad voor dat het wetsvoorstel de rechter onvoldoende instrumenteert om de geschetste risico’s op een maatschappelijk aanvaardbare wijze het hoofd te bieden.

  • Wetsvoorstel wijziging wet Bijzondere Opneming Psychiatrische ziekenhuizen (pdf, 60,3 KB)

    Het wetsvoorstel wijzigt de regelingen in de Wet BOPZ over de voorwaardelijke machtigingen en dwangbehandeling. De voorgestelde wijzigingen voorzien in een praktijkbehoefte. Op dit moment kan niet worden gekwantificeerd of het wetsvoorstel tot extra zaken leidt.

  • Conceptbesluit videoconferentie (pdf, 10,3 KB)

    Het ontwerpbesluit strekt tot invoering van de mogelijkheid tot horen van een vreemdeling door middel van videoconferentie, en behelst eisen ten aanzien van het horen door middel van videoconferentie. Het ontwerpbesluit geeft geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen.

  • Wetsvoorstel handhaving intellectuele eigendom (pdf, 47,1 KB)

    De Raad adviseert evenwel om voor die IE-rechten waarvoor de Haagse rechtbank in eerste aanleg bij uitsluiting bevoegd is (octrooien, gemeenschapsmerken en -modellen) ook de voorzieningenrechter uit die rechtbank voor het verlof bedoeld in 1019b exclusief bevoegd te maken. De richtlijn en de in het wetsvoorstel voorgestelde wijze van implementeren strekken ertoe de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te harmoniseren. Hiermee wordt beoogd inbreuken op intellectuele eigendomsrechten in het algemeen en grootschalige namaak en piraterij in het bijzonder effectiever te kunnen bestrijden.

  • Wetsvoorstel wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, die betrekking heeft op de "zelfbinding" (pdf, 25 KB)

    Het wetsvoorstel wijzigt de regelingen in de Wet BOPZ over de voorwaardelijke machtiging en de dwangbehandeling. De voorgestelde wijzigingen voorzien in een praktijkbehoefte. Op dit moment kan niet worden gekwantificeerd of het wetsvoorstel tot extra zaken leidt.

  • Wetsvoorstel implementatie EU-kaderbesluit inzake verhoging strafmaxima drugshandel (pdf, 29 KB)

    Het kaderbesluit bevat richting lijnen voor de verhoging van strafmaxima voor drugsgerelateerde delicten. De Raad meent dat de invulling van het begrip "een grote hoeveelheid" in het voorgestelde artikel 11, lid 5 OW dient te geschieden door middel van een amvb of ministeriële regeling. Voorts dient er naar het oordeel van de Raad nadere aandacht te worden besteed aan de onderlinge verhouding tussen de beoogde hoeveelheidsgrenzen waarboven sprake is van "een grote hoeveelheid". Tevens is het wenselijk indien in de memorie van toelichting nader uiteen wordt gezet wat de door de wetgever beoogde gevolgen van dit wetsvoorstel zijn voor de straftoemeting en de toepassing van de voorlopige hechtenis bij softdrugsdelicten.

  • Conceptbesluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen (pdf, 37,5 KB)

    Het conceptbesluit bevat een aantal voorstellen met betrekking tot de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen. De Raad heeft bij de verschillende voorstellen op- en aanmerkingen geplaatst.

  • Wetsvoorstel rechtsbescherming studenten voor Wet op het hoger onderwijs en onderzoek (pdf, 24,3 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt onder andere het stelsel van rechtsbescherming bij geschillen tussen de student en de instelling voor studenten transparanter en toegankelijker te laten zijn. Naast de mogelijkheid van de interne procedure voor klachten en geschillen staat een rechtsgang bij de civiele rechter open voor alle civielrechtelijke geschillen. Het voorstel is om alle overige juridische geschillen tussen instellingen en studenten die voortvloeien uit het wetsvoorstel, onder te brengen bij het College van beroep voor het hoger onderwijs. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen. 

     

  • Wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (pdf, 23,8 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt de fiscale beslistermijn van een jaar bij beschikkingen op aanvraag en bij beslissingen op bezwaar terug te brengen naar dertien weken. Voor de beslistermijn voor bezwaarschriften inzake de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en gemeentelijke belastingen wordt een uitzondering voorgesteld, inhoudende dat op bezwaarschriften inzake de Wet WOZ en de gemeentelijke belastingen voor het einde van het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen, dient te zijn beslist. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen.

     

  • Beleidsvoornemen wijziging competentiegrens kantonrechter in handelszaken (pdf, 106,7 KB)

    De Raad is gevraagd te adviseren over de gevolgen van het beleidsvoornemen van het ministerie van Justitie de competentiegrens van handelszaken bij de kantonrechter te verhogen van € 5.000 naar € 12.500 of € 15.000. Uit de inschatting van de Raad blijkt dat de verhoging van de competentiegrens geen financiële besparing op de rechtspraak oplevert. Wel heeft de competentiegrensverhoging gevolgen voor de organisatie van de sectoren civiel en kanton. Onder andere de inrichting van deze sectoren is onderwerp van onderzoek door de Commissie Deetman. Naar het oordeel van de Raad kan de discussie over een competentiegrensverhoging het beste in het kader van de Commissie evaluatie modernisering Rechterlijke Organisatie gevoerd worden.

  • Wetsvoorstel gewasbeschermingsmiddelen en biociden (pdf, 155,4 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 te vervangen. Oogmerk is te komen tot een modernisering van wetgeving, zonder inhoudelijk te tornen aan de op Europese regelgeving gebaseerde wettelijke procedures voor de toelating, het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De Raad is gevraagd te adviseren over de keuze voor de regeling van de beroepsgang tegen besluiten op grond van het wetsvoorstel. Ingevolge de huidige wet, artikel 8 van de bestrijdingsmiddelenwet 1962, staat beroep in eerste en enige aanleg open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De Raad neemt als uitgangspunt dat rechtspraak in twee feitelijke instanties dient plaats te vinden. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering in gevallen waarin bijzondere rechterlijke expertise vereist is en waarin bovendien snelheid en zekerheid van uitkomst voor de betrokken partijen van bijzondere betekenis zijn. In casu vereist de behandeling van de categorie zaken die voortvloeien uit het wetsvoorstel een bijzondere rechterlijke expertise. Tevens spelen snelheid en zekerheid van uitkomst voor de betrokken partijen een belangrijke rol. Gelet hierop en op het gegeven dat jaarlijks een beperkt aantal zaken is te verwachten, adviseert de Raad ook de beroepen tegen besluiten genomen op grond van het Wetsvoorstel te concentreren bij het CBb.

    Ten aanzien van de beroepsgang tegen besluiten inhoudende bestuurlijke boeten adviseert de Raad af te zien van concentratie bij één rechtbank en het beroep tegen besluiten inhoudende bestuurlijke boeten ex artikel 8:7 Awb in eerste aanleg in te laten stellen bij de rechtbank en hoger beroep bij het CBb.

  • Wetsvoorstel marktordening gezondheidszorg (pdf, 75,2 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt onder meer de oprichting van de Nederlandse Zorgautoriteit als sectorspecifieke toezichthouder op zorgmarkten. Ten aanzien van besluiten genomen op grond van het wetsvoorstel wordt gekozen voor concentratie van rechtspraak bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in eerste en enige aanleg. In het algemeen heeft het de voorkeur van de Raad om rechtspraak in twee feitelijke instanties als uitgangspunt te nemen. Het verdient aanbeveling om, in lijn met de rechtsgang tegen besluiten inhoudende bestuurlijke boeten op grond van het wetsvoorstel, rechtspraak in twee feitelijke instanties in overweging te nemen waarbij (gelet op de kennis van toezichtswetgeving en financieel-economische expertise) de rechtbank Rotterdam in eerste aanleg bevoegd is. Tegen beslissingen van de rechtbank Rotterdam zal dan hoger beroep openstaan bij het CBb. Ten aanzien van strafzaken en economische delicten in de zin van het wetsvoorstel wordt concentratie bij één rechtbank voorgesteld. De Raad adviseert de behandeling van deze categorie zaken mede gelet op het aantal te verwachten strafzaken, bij twee rechtbanken te concentreren.

     

  • Wetsvoorstel inburgering (pdf, 27,3 KB)

    Het wetsvoorstel ziet op de inburgering van de groep van oud- en nieuwkomers in de nederlandse samenleving. De Raad adviseert het hoger beroep in de zaken op grond van deze wet onder te brengen bij één hoger beroepsinstantie. Het wetsvoorstel heeft betrekking op een zeer grote groep mensen. De Raad verwacht grote gevolgen voor de werklast van de gerechten en heeft een claim ingediend van € 4.100.000,- voor een periode van 5 jaar.

  • Wetsvoorstel ouderbijdrage (pdf, 40,3 KB)

    Het wetsvoorstel is er opgericht een wettelijke basis te creëren voor het heffen van een bijdrage van ouders in de kosten van tenuitvoerlegging van jeugdsancties en de uitvoering van de ondertoezichtstelling.De Raad constateert dat het wetsvoorstel is gebaseerd op twee verschillende uitgangspunten: de gedachte dat kostenbesparingen bij de ouder dienen te worden gecompenseerd en de gedachte dat strafrechtelijk verwijtbaar handelen door een jeugdige (mede) wordt veroorzaakt door een tekortschietende opvoeding. Uitgaande van de gedachte van "kostenbesparing" is echter niet duidelijk waarom de ouderlijke bijdrage ook wordt geëist indien (zoals bijvoorbeeld bij de taakstraf en de ondertoezichtstelling zonder uithuisplaatsing) van kostenbesparing bij de ouders geen sprake is. Evenzo is niet helder waarom, uitgaande van de "verantwoordelijkheidsgedachte", ook aan de ouders aan wie in redelijkheid geen tekortschieten in de opvoeding van hun kind kan worden tegengeworpen kennelijk toch een ouderlijkebijdrage kan worden opgelegd.

  • Wetsvoorstel bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (pdf, 50,3 KB)

    Met het wetsvoorstel wil de minister van Justitie ouders vroegtijdig afspraken laten maken over de invulling van het ouderschap na de scheiding opdat onnodige conflicten voorkomen kunnen worden. Het advies van de Raad richt zich op de volgende onderwerpen:

    • De Raad staat op zich positief tegenover het voorstel van een verplicht ouderschapsplan, maar heeft twijfel of het ouderschapsplan onwillige ouders tot overleg zal aanzetten.
    • De weigering om aan mediation mee te werken zou niet moeten meewegen bij de beoordeling van de ontvankelijkheid.
  • Initiatiefvoorstel beëindiging huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst en vorming voortgezet ouderschap (pdf, 57,6 KB)

    Het wetsvoorstel bevat een aantal voorstellen om de dejuridisering bij echtscheidingen te bevorderen. De Raad staat op zich positief tegenover dejuridisering, maar voorziet in dit geval echter een aantal praktische problemen met de beoogde dejuridisering:

    • De administratieve scheiding wordt in veel landen niet erkend en kan daarom in het buitenlandjuridische problemen opleveren.
    • De Raad onderschrijft het uitgangspunt van het wetsvoorstel dat het belangrijk is om een mentaliteitsverandering bij scheidende ouders ten aanzien van de zorg over de kinderen te weeg te brengen, maar is van oordeel dat het wetsvoorstel teveel daarop anticipeert. De praktijk leert helaas dat in veel scheidingen de verdeling van zorg voor de kinderen een belangrijke bron van conflicten is. 
    • Indien afspraken die in het kader van een administratieve scheiding zijn gemaakt in een later stadium aanleiding tot conflicten geven, zal in veel van die gevallen de rechter alsnog betrokken moeten worden. Dit leidt tot een extra belasting van partijen en de Rechtspraak.
  • Wijziging Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (pdf, 31,4 KB)

    Het wetsvoorstel voorziet in een klachtenprocedure voor psychiatrische patiënten die op basis van een BOPZ maatregel zijn opgenomen in een instelling. Omdat in weinig procedures griffierecht geheven wordt, adviseert de Raad het griffierecht voor alle klachtprocedures bij de rechtbank te schrappen.

  • Wetsvoorstel register van ondernemingen en instellingen (pdf, 23 KB)

    Het wetsvoorstel Register van ondernemingen en instellingen beoogt de Handelsregisterwet 1996 te vervangen en stelt regels omtrent een basisregister van ondernemingen en instellingen. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van op- en aanmerkingen.

  • Wetsvoorstel maatschappelijke opvang (pdf, 22,4 KB)

    Het wetsvoorstel regelt dat gemeenten moeten zorgen voor een goed samenhangend stelsel van ondersteuning voor inwoners die niet goed in staat zijn in bepaalde situaties zelf of samen met anderen oplossingen te realiseren. Door middel van dit wettelijk kader beoogt de regering participatie van mensen te bevorderen en mensen zolang mogelijk zelfstandig te kunnen laten functioneren.

    Hoewel de Raad graag inhoudelijk op het wetsvoorstel zou willen reageren, is het voor de Raad onmogelijk binnen de gevraagde korte termijn te adviseren. De reguliere adviestermijn van de Raad bedraagt acht weken. Deze adviestermijn is nodig om de gerechten in de gelegenheid te stellen hun zienswijzen op een voorgenomen wetsvoorstel naar voren te laten brengen

  • Wetsvoorstel stroomlijnen hoger beroep (pdf, 69,3 KB)

    De Raad heeft met waardering kennis genomen van het wetsvoorstel en van de in de MvT opgenomen uitvoerige toelichtingen op de in het wetsvoorstel gedane keuzen. Aan het wetsvoorstel ligt de wens ten grondslag de middelen voor de strafrechtspleging doelmatiger in te zetten en "dubbeling" van werkzaamheden zoveel mogelijk te voorkomen. Met instemming wordt geconstateerd dat dit niet heeft geleid tot algemene, ingrijpende veranderingen in de regeling van het hoger beroep. Ook los van de genoemde wens kan vanuit meer kwalitatieve overwegingen een aantal van de voorgestelde wijzigingen worden gezien als een verbetering.

    De voorgestelde regeling van het verlofstelsel stuit echter bij de Raad op diverse gronden op bezwaren. Deze bezwaren betreffen met name de categorie zaken waarvoor het verlofstelsel geldt, de eis van het door verdachten op straffe van niet ontvankelijkheid verplicht moeten indienen van grieven en de beperking van de toetsingsmogelijkheden van het gerechtshof. Voor het overige heeft het wetsvoorstel tot een aantal vraagpunten, opmerkingen en aanbevelingen geleid. Artikelsgewijs commentaar, alsook een aantal opmerkingen van meer redactionele aard en een aantal voorstellen voor tekstuele wijziging, zijn opgenomen in een aparte bij dit advies behorende bijlage.

  • Wetsvoorstel puntenrijbewijs (pdf, 73,9 KB)

    Het wetsvoorstel heeft een basis voor een directere relatie tussen het (herhaald) plegen van bepaalde verkeersdelicten en het opleggen van een ontzegging tot het besturen van motorvoertuigen. De minister van Justitie kan via een algemene maatregel van bestuur voorschrijven dat voor bepaalde verkeersdelicten een ontzegging voor een door de minister te bepalen duur moet worden opgelegd. Daarnaast behelst het wetsvoorstel het van rechtswege vervallen van het rijbewijs bij veroordeling tot een ontzegging die een bepaalde duur overstijgt of bij herhaalde veroordeling voor bepaalde verkeersdelicten.

    De Raad constateert dat het wetsvoorstel geen antwoord geeft op bestaande problemen bij de handhaving van de wegenverkeerswet en de vervolging en berechting van (recidiverende) plegers van ernstige verkeersdelicten, en dat het zelfs nieuwe creëert. Daarnaast meent de Raad dat de in het wetsvoorstel vervatte ongeclausuleerde delegatie van strafbaarstellings- en straftoemetings-bevoegdheden naar aan de uitvoerende macht vanuit rechtstatelijk perspectief geen gewenste ontwikkeling is. Hetzelfde geldt ten aanzien van de voorziene invoering van een stelsel van minimumsancties.

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum