Wetgevingsadvies 2007

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Wetgevingsadvies > Wetgevingsadvies 2007

 Wetgevingsadvies 2007

>Alles uitklappen
  • Advies wetsvoorstel Dieren (pdf, 40,4 KB)

     

    Op 12 december 2007 heeft de Raad advies uitgebracht inzake het concept wetsvoorstel Dieren. Dit conceptwetsvoorstel beoogt vereenvoudiging en verbetering van de bestaande regelgeving. Het wetsvoorstel bevat één handhavingstelsel met één sanctieregime voor alle onderwerpen die het wetsvoorstel regelt. Ook introduceert het wetsvoorstel de bestuurlijke boete voor alle terreinen die het bestrijkt.

    De Raad kan zich vinden in de aanwijzing van het CBb als de bevoegde bestuursrechter ten aanzien van op grond van het wetsvoorstel Dieren genomen besluiten.

    Ten aanzien van beroepen betreffende besluiten die zien op het opleggen van een bestuurlijke boete merkt de Raad het volgende op. In de huidige wetten kunnen alleen via het strafrecht punitieve sancties worden opgelegd. Het wetsvoorstel Dieren introduceert een stelsel van bestuurlijke boeten, naast de strafrechtelijke sancties. In het wetsvoorstel is opgenomen dat tegen de boetebesluiten beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank Rotterdam en hoger beroep bij het CBb. De keuze voor rechtsbescherming in twee feitelijke instanties in die zaken die handelen over de bestuurlijke boete, acht de Raad een juiste. In de keuze om de behandeling van deze zaken in eerste aanleg te concentreren bij de rechtbank Rotterdam kan de Raad zich niet vinden. De Raad adviseert om af te zien van concentratie van de bedoelde zaken bij de rechtbank Rotterdam en het beroep tegen de besluiten inhoudende bestuurlijke boeten in eerste aanleg in te laten stellen bij de negentien rechtbanken en het hoger beroep bij het CBb.

    Tot slot heeft de Raad de werklastgevolgen van het wetsvoorstel op jaarbasis bezien.

  • Advies wetsvoorstel Kansspelen (pdf, 67,2 KB)

     

    Op 14 november 2007 heeft de Raad advies uitgebracht inzake het concept wetsvoorstel kansspelen (de Wok). Het kansspelbeleid wordt geactualiseerd en gemoderniseerd hetgeen noodzaakt tot herziening van de huidige Wok. In het wetsvoorstel wordt onder meer bestuursrechtelijke handhaving geïntroduceerd en vindt (gedeeltelijke) wijziging plaats van de rechtsmacht.

    De Raad kan zich vinden in het voornemen alle negentien rechtbanken in eerste aanleg bevoegd te verklaren. Verder ziet de Raad geen reden om de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als bevoegde hoger beroepsinstantie aan te wijzen. Hoewel bij de toepassing van de Wok terdege rekening moet worden gehouden met de onderliggende verslavingsproblematiek en aspecten van openbare orde, doet dat niet af aan de in hoofdzaak sociaal economische aard van de onderwerpen waarin de Wok voorziet. De competentie in de Wok moet in hoger beroep volgens de Raad dan ook aan het CBb worden toebedeeld.
    Tot slot heeft de Raad de werklastgevolgen van het wetsvoorstel op jaarbasis bezien.

  • Advies conceptwetsvoorstel thuisdetentie (pdf, 101 KB)

    (2007/19a) Advies Wetsvoorstel wijziging Wrra i.v.m. aanvullingen op de regeling nevenbetrekkingen van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding (31 augustus 2007)
    2007/19a Advies Wetsvoorstel wijziging Wrra i.v.m. aanvullingen op de regeling nevenbetrekkingen van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding.

  • Advies initiatiefwetsvoorstel Algemene wet inzake rijksbelastingen (pdf, 26,5 KB)

    Op verzoek van het kamerlid mw. Dezentje mede namens haar college dhr. Crone heeft de Raad geadviseerd over het initiatiefwetsvoorstel houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ten behoeve van de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij controlehandelingen van de fiscus.
    Dit Wetsvoorstel strekt er toe het tekort aan rechtsbescherming op te heffen dat wordt veroorzaakt doordat:
    •er naar huidig recht geen effectieve rechtsbescherming bestaat voor degene die met een verzoek om informatie door de belastingdienst wordt geconfronteerd en van oordeel is dat dit verzoek niet terecht is, en doordat

    •er geen effectieve rechtsbescherming is tegen standpunten van de inspecteur over de omvang van iemands administratie- en bewaarplicht volgens de fiscale wetgeving.Naast enkele inhoudelijke op- en aanmerkingen heeft de Raad de werklastgevolgen van het wetsvoorstel op jaarbasis bezien. Invoering van dit Wetsvoorstel heeft aanzienlijke gevolgen voor de belastingsectoren van zowel de rechtbanken als de gerechtshoven. De instroom zal 20% à 25% hoger komen te liggen dan thans het geval is. Dit brengt ook aanzienlijke kosten met zich mee.

    Zie ook 2009/23 Advies inzake de tweede nota van wijziging bij het initiatiefwetsvoorstel 30645 (17 september 2009) (pdf, 19,9 KB).

  • Wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden (pdf, 95,8 KB)

    Hoofddoelstelling van het Wetsvoorstel is het versterken van een juiste, betrouwbare en zorgvuldige vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden in de strafrechtsketen. Dit impliceert dat de persoonsidentificerende gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de werkprocessen in de strafrechtsketen, betrouwbaar zijn en voor alle partners in die keten op een effectieve en efficiënte manier beschikbaar moeten zijn.

    De Raad voor de rechtspraak onderschrijft het belang van een juiste, betrouwbare en zorgvuldige vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden in de strafrechtsketen. Het conceptwetsvoorstel gaat uit van een aanpak die de volledige keten omvat. Dit impliceert dat de kosten verbonden aan de invoering en uitvoering van de wet zeer omvangrijk zullen zijn. De Raad geeft aan dat de totale kosten alleen al voor de Rechtspraak naar schatting € 3,8 mln. in het startjaar en € 3,3 mln. in alle daaropvolgende jaren zullen bedragen.

    De Raad zou graag een meer uitgebreide toelichting in de memorie van toelichting over de organisatorische en financiële gevolgen van het voorstel opgenomen zien, naast aandacht voor de vraag in hoeverre een gefaseerde invoering op basis van prioriteiten tot de mogelijkheden zou behoren.

    Naar het oordeel van de Raad zou men zich voorts nog eens moeten afvragen of het noodzakelijk is dat alle organisaties in de keten in alle gevallen en op identieke wijze de identiteit van de verdachte en veroordeelde verifiëren en wat de consequenties zijn als verificatie niet altijd plaatsvindt.

    Een hernieuwde afweging zou volgens de Raad kunnen leiden tot een beperktere en kostenefficiëntere inrichting van het identificatieproces.

    Tot slot vraagt de Raad aandacht voor het risico dat doorlooptijden zullen oplopen indien geen voorziening wordt getroffen voor de gevallen dat rechterlijke verificatie van de identiteit door falende apparatuur e.d. niet mogelijk blijkt te zijn.

    Zie ook 2009/02 Advies besluit identiteitsvaststelling (27 januari 2009) (pdf, 58,4 KB).

  • Wetsvoorstel Stroomlijning financiering medisch noodzakelijke zorg aan illegalen

    Op verzoek van de Minister van VWS heeft de Raad geadviseerd over het concept-wetsvoorstel stroomlijning financiering medisch noodzakelijke zorg aan illegalen. Dit conceptwetsvoorstel realiseert een stroomlijning van bestaande financieringsmogelijkheden voor medisch noodzakelijke zorg verleend aan illegalen. Het is daarbij de bedoeling om alle vormen van medische noodzakelijke zorg die wordt verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen, te vergoeden op grond van een door de overheid te financieren regeling. De uitvoering van de in dit wetsvoorstel voorgestelde wettelijke regeling wordt een taak van het College voor zorgverzekeringen (CVZ).

    Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke op- en aanmerkingen. Wel zal wetsvoorstel zal naar verwachting leiden tot verhoging van de instroom van zaken bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De Raad heeft de daarbij behorende extra kosten op jaarbasis berekend.

  • Advies uitvoeringswetten Bewijsverdrag (pdf, 29,5 KB)

    Het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de uitvoeringswetten Bewijsverdrag 1970 en de Rechtsvorderingsverdragen 1954 en 1905 aan de uitvoeringswet EG-Bewijsverordening strekt ertoe uit een oogpunt van harmonisatie de praktijk van de uitvoering van deze verdragen in overeenstemming te brengen met de praktijk van de uitvoering van de EG-Bewijsverordening.

    De Raad onderschrijft het voorstel om een gerecht te belasten met de toetsing van rogatoire commissies op grond van het Bewijsverdrag 1970 in plaats van het Openbaar Ministerie. De rechtbank Den Haag komt het meest in aanmerking om deze taak uit te voeren, gezien de aanwijzing van deze rechtbank als bevoegde autoriteit in de Uitvoeringswet EG-Bewijsverordening. Het betreft vergelijkbare taken.

  • Advies wetsvoorstel Gesloten jeugdzorg (pdf, 22,9 KB)

     

    Het wetsvoorstel Gesloten jeugdzorg voorziet in een wijziging van de Wet op de jeugdzorg. Het heeft betrekking op de plaatsing van jeugdigen, waarvoor de kinderrechter een civielrechtelijke machtiging heeft gegegeven, in een daartoe aangewezen 'accommodatie' van een zorgaanbieder. De bepaling van het regiem waarin de minderjarige binnen de accommodatie zal worden geplaatst wordt bij wet niet expliciet aan de kinderrechter opgedragen. In de praktijk bepaalt de zogenaamde selectiefunctionaris dit. Uit een oogpunt van rechtsbescherming en gelet op de eisen die artikel 6 EVRM stelt, bepleit de Raad om expliciet in de wet te regelen dat de kinderrechter bevoegd is in het dictum van zijn beschikking te bepalen in welk regiem binnen de gesloten instelling de minderjarige wordt geplaatst.

  • Wetsvoorstel Invoering van vooringevulde aangifte, verruimen mogelijkheid tot navorderen en instellen van bezwaar en beroep tegen een ambtshalve genomen beslissing (pdf, 69,7 KB)

    Op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën heeft de Raad geadviseerd over het concept-wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten, in het kader van de invoering van de vooringevulde aangifte, het verruimen van de mogelijkheid tot navorderen en instellen van bezwaar en beroep tegen een ambtshalve genomen beslissing.

    Dit wetsvoorstel beoogt de administratieve lasten van burgers zoveel mogelijk te verlichten door belastingbiljetten te gaan voorinvullen. Immers, een deel van de in te vullen gegevens op het aangiftebiljet inkomstenbelasting is reeds bij de Belastingdienst bekend. Daarnaast wordt in dit wetsvoorstel ook de mogelijkheid tot navorderen verruimd en wordt bezwaar en beroep mogelijk tegen een ambtshalve genomen beslissing.

    De Raad merkt in zijn advies op dat dit wetsvoorstel enerzijds de rechtszekerheid van de belastingplichtige inperkt en anderzijds de rechtsbescherming verruimt.
    Het wetsvoorstel zal naar verwachting leiden tot verhoging van de instroom van zaken bij de Rechtspraak. De Raad heeft de daarbij behorende extra kosten op jaarbasis berekend. Daarnaast plaatst de Raad  een aantal kanttekeningen van meer technische aard.

  • Wetsvoorstel Partiële wijziging strafwetgeving (pdf, 28 KB)

    De Minister van Justitie heeft de Raad voor de rechtspraak advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel tot partiële wijziging van de strafwetgeving en betreft ten eerste de aanpassing van deze wetgeving aan recente rechtsontwikkelingen in de maatschappij en de rechtspraktijk of aan ontwikkelingen op internationaal terrein. Daarnaast bevat het Wetsvoorstel een aantal wetstechnische wijzigingen.

    Naar het oordeel van de Raad geeft het ter consultatie voorliggende voorstel geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen.

  • Rapport eenvoudige procedures (pdf, 76 KB)

    In opdracht van de minister van Justitie heeft een ambtelijke werkgroep voorstellen gedaan hoe een dergelijke eenvoudige procedure voor eenvoudige kan worden vormgegeven en welke zaken voor een afdoening in deze procedure geschikt zijn. Deze voorstellen zijn in het Rapport uitgewerkt. De Raad gaat in zijn advies over het rapport nader in op de werkingssfeer van de procedure, de elektronische procesinleiding, de oproeping van de verweerder door de griffie per gewone post, de mogelijkhedid voor elektronisch en/of mondeling verweer en het vereenvoudige proces. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de mate waarin het rechterlijk apparaat in staat zal zijn uitvoering te geven aan de voorstellen, welke maatregelen nodig zijn en de financiële gevolgen van de voorstellen.

  • Initiatiefvoorstel van wet ter verbetering van de rechtsbescherming in asielzaken (pdf, 43,7 KB)

    Op verzoek van de voorzitter van de Tweede Kamer heeft de Raad advies uitgebracht inzake het initiatiefwetsvoorstel van de leden Pechtold en Van der Ham tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter verbetering van de rechtsbescherming in asielzaken (Kamerstuk 30 380).
    Volgens de initiatiefnemers is de rechtsbescherming in de Vreemdelingenwet 2000 op papier goed geregeld, maar is het in de praktijk met deze rechtsbescherming aanzienlijk minder goed gesteld. Rode draad in de kritiek is dat de Afdeling bestuursrechtspraak in haar jurisprudentie de taak van de rechter zozeer aan banden legt, dat in de praktijk geen sprake meer is van een effectieve controle op het handelen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (Memorie van Toelichting, Kamerstuk 30 830,  nr 3, blz. 1).

    De Raad merkt op dat de rechtsbescherming van personen, die in Nederland asiel aanvragen, door dit wijzigingsvoorstel wordt vergroot. Het voorstel ligt in de lijn van de klassieke opvatting over de taak van de bestuursrechter: het vinden van de (materiële) waarheid. Het wetsvoorstel beoogt een volle rechterlijke toetsing van het asielbesluit te realiseren. Daarbij komt het laatste woord over de waardering van verklaringen en bewijsmiddelen bij de rechter te liggen. Bovendien weet een vreemdeling sneller waar hij aan toe is doordat de rechter feiten en omstandigheden gaat meewegen die thans pas in een nieuwe procedure aan de orde kunnen komen.

    Het wetsvoorstel zal naar verwachting leiden tot een verzwaring van de werkbelasting van de Rechtspraak. De Raad heeft deze extra kosten op jaarbasis berekend. Daarnaast plaatst de Raad een aantal kanttekeningen van meer technische aard.

  • Wetsvoorstellen Wabo en Waterwet (pdf, 55,3 KB)

    Het advies heeft betrekking op het voorstel van het kabinet om m.b.t. een bepaalde categorie zaken op grond van de wetsvoorstellen Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Waterwet tot concentratie van rechtsmacht te komen. De Raad onderschrijft het voornemen tot concentratie en kan zich voorstellen dat concentratie van de rechtsmacht ertoe zal bijdragen dat kwalitatief goede rechtspraak door deskundige rechters kan worden geboden. Anders dan de ministers beogen acht de Raad daarvoor echter geen wettelijke concentratie bij één rechtbank per ressort noodzakelijk. De Raad stelt voor om de bevoegdheid tot aanwijzing van de rechtbanken aan de Raad toe te kennen.

    Daarnaast bepleit de Raad m.b.t. de Wabo een alternatief criterium voor de afbakening van de zaken die geconcentreerd behandeld zullen worden, nl. aansluiting bij het stelsel van de Wet Milieubeheer.

  • Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege door de Minister van Justitie (pdf, 20,9 KB)

    De Minister van Justitie heeft de Raad voor de rechtspraak advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege door de Minister van Justitie.

    Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan het terugdringen van het aantal illegale of ongewenst verklaarde vreemdelingen in de tbs.

    Naar het oordeel van de Raad geeft het ter consultatie voorliggende voorstel geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen.

  • Voorontwerp Algemene wet overheidsinformatie (pdf, 30,7 KB)

    Het voorontwerp Algemene wet overheidsinformatie beoogt, ter vervanging van de huidige Wet openbaarheid van bestuur, een vernieuwende regeling te geven voor de juridische en bestuurlijke aspecten van openbaarheid van bestuur en overheidsinformatie. De bepalingen ervan zouden, behalve op bestuursorganen, ook op de wetgever en op rechterlijke overheidsorganen van toepassing worden.
    De Raad onderschrijft de gedachte achter het voorontwerp om een zo compleet mogelijke regeling inzake de informatieverstrekking door de overheid te maken, waarbij het uitgangspunt van openbaarheid en het recht van de burger voorop staan. De Raad tekent daarbij aan dat de inspanning die met het integraal openbaar maken van rechterlijke uitspraken gemoeid is, in een redelijke verhouding moet staan tot het daarmee gediende doel. De uitgangspunten van het voorontwerp komen, mits met die kanttekening rekening wordt gehouden, in grote mate overeen met de visie van de Raad en de gerechten op de openbaarheid van de rechtspraak. Naast de al van kracht zijnde Interimleidraad openbaarheid rechtspraak is ook een leidraad over de informatieverstrekking aan derden over gerechtelijke procedures in voorbereiding. Deze leidraad ziet op de inzage van de rol en de dagvaarding, de publicatie, al dan niet geanonimiseerd, van rechterlijke uitspraken op Internet en de afdoening van verzoeken om een afschrift van een uitspraak.

    De Raad verwacht dat de beoogde Algemene wet overheidsinformatie tot een verzwaring van de werklast van de bestuursrechters zal leiden. Daarnaast betekent de voorgestelde plaatsing op Internet van alle uitspraken en de anonimisering van een groot aantal uitspraken een aanzienlijke toename van de bestuurlijke werklast die voor de rechtspraak uit het voorontwerp zal voortvloeien.

    Een regeling van de openbaarmaking van rechterlijke uitspraken en van de behandeling van individuele verzoeken dienaangaande zal, gelet op de aard van de materie en het bijzondere staatsrechtelijke kader beter in de Wet op de rechterlijke organisatie kunnen worden opgenomen; dat doet aan het toepassen van de aan het voorontwerp ten grondslag liggende uitgangspunten geen afbreuk. De in de Wet op de rechterlijke organisatie op te nemen regeling zou dan ook van overeenkomstige toepassing kunnen zijn op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • Wetsvoorstel tot wijziging van de Wrra (pdf, 20,2 KB)

    Het Wetsvoorstel bevat een wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de formalisering van een onderdeel van de Arbeidsvoorwaarden-overeenkomst Rechterlijke Macht 1/1/2005-31/7/2007 (inhouding op bezoldiging in geval van ouderschapsverlof). Het Wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen.

  • Wetsvoorstel verlenging voorwaardelijke beeindiging dwangverpleging (pdf, 24,3 KB)

    Op verzoek van de Minister van Justitie heeft de Raad voor de rechtspraak geadviseerd over de over de door de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) voorgestelde wijziging van wetsvoorstel 28 238:  “Verlenging van de totale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege”. De Raad is van oordeel dat de suggestie van de RSJ in zekere mate tegemoet kan komen aan de eerder door de Raad gesignaleerde knelpunten bij de verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de TBS-dwangverpleging tot maximaal 9 jaar.

  • Reactie op 'Een visie op de justitiële jeugdinrichtingen in het strafrechtelijk traject' (pdf, 25,6 KB)

    Het document "Een visie op de justitiële jeugdinrichtingen in het strafrechtelijk traject" (Visidiedocument) is toegestuurd in het kader van de modernisering van de sanctietoepassing. Directe aanleiding voor het formuleren van een lange termijn visie op de justitiële jeugdinrichtingen is het voornemen om met ingang van 2008 de plaatsing van jeugdigen in gesloten jeugdvoorzieningen op civielrechtelijke titel te scheiden van jeugdigen op strafrechtelijke titel.

    De Raad spreekt in het advies zijn waardering uit voor de in het Visiedocument aangekondigde vernieuwingen. Dit geldt eveneens voor de trajectbenadering, inclusief de daarbij behorende nazorg en het betrekken van de ouders bij het traject. Het geeft een duidelijke structuur en zorgt voor voortzetting van en aansluiting op eerdere fasen van de vrijheidsbeneming. Ook de keuze voor een casusregisseur en afschaffing van de duale verantwoordelijkheid is een positieve ontwikkeling. In het advies worden verder een aantal aandachtspunten geformuleerd.

  • Eindrapport Commissie fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht (pdf, 148,4 KB)

    De Raad spreekt in zijn advies waardering uit voor het werk van de Commissie fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht en onderschrijft de uitgangspunten die aan het eindrapport ten grondslag liggen. In het advies is wel een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitwerking van de voorstellen. Het eindrapport bevat aanbevelingen over de civiele rechtspleging. Het eindrapport is het sluitstuk van een fundamentele herbezinning op het burgerlijk procesrecht die is voorafgegaan door een interim-rapport van de Commissie en een brede consultatie van de rechtspraktijk en de rechtswetenschap.
    Gezien de omvang van het eindrapport heeft de Raad zich beperkt tot de voorstellen die in potentie de meest ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de rechtspraak en de rechtspleging. In het advies wordt daarom bijzondere aandacht besteed aan de aanbevelingen die betrekking hebben op: (i) de verhouding tussen partijen en de rechter; (ii) de voorfase; (iii) het bewijs; (iv) de inleiding van procedures; (v) small claims; (vi) incassozaken; (vii) het hoger beroep; en (viii) de implementatie van de aanbevelingen van de Commissie.

    Eind 2006 heeft ter voorbereiding op dit advies een bijeenkomst plaatsgevonden waaraan ruim tachtig rechters, raadsheren en stafjuristen uit alle betrokken civiele sectoren (civiel, kanton en familie) hebben deelgenomen. Tijdens deze bijeenkomst hebben verschillende sprekers hun visie op het eindrapport gegeven. Tevens is in werkgroepen gesproken over de hierboven genoemde onderdelen van het eindrapport. De verslagen van deze bijeenkomst hebben als basis voor het advies gediend. Door deze werkwijze is geborgd dat het advies breed gedragen wordt.

  • Consultatiedocument 'inventarisatie vrije beroepen: advocatuur (pdf, 24 KB)

    Het Consultatiedocument is toegestuurd in het kader van een brede consultatie naar het functioneren van de advocatuur en andere vrije beroepen. De consultatie is bedoeld om te bezien of en in hoeverre een aantal regels die voor alle advocaten in Nederland gelden (nog steeds) nodig zijn voor een goede uitoefening van het beroep van advocaat. Gezien zijn (staatsrechtelijke) positie is de Raad slechts in beperkte mate in staat om op de in het Consultatiedocument gestelde vragen te reageren.

  • Wetsvoorstel gedragsbeïnvloeding jeugdigen (pdf, 54,5 KB)

    De Raad heeft reeds in 2004 advies uitgebracht over het wetsvoorstel. Bovengenoemde nota van wijziging bevat de volgende nieuwe punten waarover in een eerder stadium niet is geadviseerd: (i) door de nota wijziging wordt.
    voorgesteld om in het Wetboek van Strafrecht expliciet vast te leggen dat de rechter ook kan bepalen dat de gedragsmaatregel (geheel of gedeeltelijk) wordt ingevuld met jeugdzorg; (ii) daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de rechter hiertoe alleen kan besluiten als hieraan een besluit van Bureau Jeugdzorg ten grondslag ligt (art. 77wa , eerste lid); en (iii) het voorgestelde art. 77wa, tweede lid, voorziet in een uitzondering op dit uitgangspunt voor het geval Bureau Jeugdzorg niet of niet tijdig een indicatiebesluit neemt.

  • Wetsvoorstel deelgeschilprocedure (pdf, 38,2 KB)

    Het wetsvoorstel strekt tot invoering van een deelgeschilprocedure. Deze procedure biedt de persoon die schade door dood of letsel lijdt dan wel de persoon die daarvoor aansprakelijk wordt gehouden de mogelijkheid in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase de rechter te vragen, te beslissen over een deelgeschil. Deze uitspraak dient partijen weer in staat te stellen terug te keren naar de buitengerechtelijke onderhandelingen om het schadetraject definitief af te ronden.

    De Raad onderschrijft het belang van de invoering van een deelgeschilprocedure. Letsel- en overlijdensschadezaken kunnen soms jaren in beslag nemen en deze periode is voor procespartijen vaak emotioneel en financieel belastend. Het is voor de rechtsorde van belang dat dergelijke geschillen niet langer duren dan noodzakelijk. In veel gevallen heeft een deel van de procedure betrekking op onderwerpen die secundair zijn aan het materiële geschil. De deelgeschilprocedure voorziet naar het oordeel van de Raad in een behoefte en is een goede aanvulling op het huidige procesrecht dat onvoldoende mogelijkheden biedt om dergelijke deelgeschillen op snelle en eenvoudige wijze te beslechten. De Raad plaatst een aantal kanttekeningen van meer technische aard.

 

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum