Wetgevingsadvies 2009

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Wetgevingsadvies > Wetgevingsadvies 2009

 Wetgevingsadvies 2009

>Alles uitklappen
  • Advies implementatie maritiem arbeidsverdrag (16 december 2009) (pdf, 32,1 KB)

    Het wetsvoorstel maakt de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam bevoegd om te oordelen over maritieme arbeidsgeschillen. Dit kan op instemming van de Raad rekenen, waarbij de Raad ervan uitgaat dat het de bedoeling is om de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd te maken om over deze geschillen te oordelen. In dit verband moet worden geconstateerd dat een eenduidige competentieregeling van die strekking ontbreekt. Om de voor de rechtspraktijk gewenste eenduidigheid met betrekking tot de relatieve bevoegdheid te verkrijgen, wordt geadviseerd om het wetsvoorstel en de toelichting op enkele punten te wijzigen, te verduidelijken dan wel aan te vullen.

  • Advies strafbeschikkingsbevoegdheid opsporingsambtenaren  (pdf, 28,5 KB)

    Het conceptbesluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen.

  • Advies Terugkeerrichtlijn (pdf, 45,4 KB)

    Op 10 december 2009 heeft de Raad ongevraagd advies uitgebracht aan de Staatssecretaris van Justitie over de implementatie in de nationale wetgeving van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (de terugkeerrichtlijn). Het advies is gebaseerd op het concept wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van bovengenoemde richtlijn.

    Het concept wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke op- en aanmerkingen. De Raad heeft de werklastgevolgen van deze implementatiewetgeving berekend en komt uit op een kostenpost van ongeveer 350.000 euro op jaarbasis.

  • Advies ontwerpbesluit wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere besluiten (pdf, 32,1 KB)

    Dit ontwerp-besluit vormt, in aanvulling op de in Staatsblad 2009, 8 gepubliceerde wijziging van o.a. de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de Wet op de rechterlijke organisatie, de verdere uitwerking van de voorstellen van een door de minister van justitie ingestelde werkgroep ‘flexibilisering rechtspositie rechterlijke ambtenaren’. De taak van deze werkgroep was onder meer het uitbrengen van een advies over de flexibilisering van de regelgeving inzake de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren met het oog op een adequate uitvoeringspraktijk en een modern personeelsbeleid. Met dit ontwerp-besluit zijn alle door de werkgroep gedane aanbevelingen in de wet- en regelgeving verwerkt.

  • Advies wetsvoorstel verruiming opsporing en vervolging internationale misdrijven (pdf, 70,8 KB)

    In 2003 is de Wet internationale misdrijven (de “WIM”) in werking getreden. Het wetsvoorstel beoogt het instrumentarium van de WIM te verruimen.
    Bij de totstandkoming van de WIM in 2003 heeft de wetgever uitdrukkelijk onder ogen gezien dat Nederland geen rechtsmacht had ten aanzien van genocide, gepleegd buiten Nederland door een niet-Nederlander indien het feit niet werd begaan tegen een Nederlander.

    De Raad constateert dat dit standpunt t.a.v. het legaliteitsbeginsel kennelijk nu is verlaten en acht een nadere toelichting op dit punt wenselijk. De Raad constateert voorts dat het wetsontwerp consequenties heeft voor de werklast van de gerechten. Dat geldt in het bijzonder voor de voorgestelde wijziging van artikel 21 van de WIM. Daarmee wordt het mogelijk feiten die strafbaar zijn gesteld in artikel 3 WIM en die zijn gepleegd op of ná 18 september 1966 te vervolgen, terwijl vervolging nu alleen mogelijk is als deze feiten gepleegd zijn na 1 oktober 2003 (de datum van inwerkingtreding van de WIM). De kosten voor de behandeling van WIM-zaken zullen toenemen met in totaal € 630.000 per jaar. Uitgangspunt daarbij is dat ook het Openbaar Ministerie en de Dienst Nationale Recherche zullen uitbreiden. De Raad merkt hierbij nadrukkelijk op dat indien een mogelijke uitbreiding van het OM en de Nationale Recherche leidt tot de aanbrenging van méér zaken dan nu wordt voorzien, dit zal kunnen leiden tot een aanpassing van deze werklastberekening. Ook de nieuwe mogelijkheid om de strafvervolging van een internationaal gerecht over te nemen zal consequenties voor de werklast hebben. De Raad acht het wenselijk dat de betrokken organisaties in nauw overleg met de Raad per geval de mogelijkheden voor overdracht en de daarmee samenhangende (financiële) consequenties, zullen bezien.

  • Advies uitvoering Motie Spekman (26 november 2009) (pdf, 55,2 KB)

    De Raad heeft op 26 november 2009 aan de Staatssecretaris advies uitgebracht inzake de uitvoeringsconsequenties van de motie van het kamerlid Spekman. In die motie wordt de regering verzocht voor het einde van 2009 in ieder geval opvang te verlenen aan uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag om medische redenen hebben ingediend en aan de IND een actueel en volledig medisch dossier overleggen.

    Naast een aantal inhoudelijk opmerkingen heeft de Raad geconcludeerd dat de mogelijkheid van de instroom van extra zaken - mede door mogelijke aanzuigende werking - aanwezig is.  De mate waarin dit zal optreden is op dit moment echter niet te kwantificeren.

  • Advies regeling normering vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (11 november 2009) (pdf, 45,8 KB)

    De regeling heeft tot doel om met name consumenten en kleine bedrijven te beschermen tegen onredelijke incassokosten. De huidige regeling biedt in de buitengerechtelijke fase niet steeds voldoende houvast om vast te stellen hoeveel als vergoeding voor de incassokosten verschuldigd is. In de ontwerpregeling wordt om voor vorderingen met een hoofdsom van maximaal €25.000,- de maximale vergoeding voor deze incassokosten vast te stellen, als percentage van het verschuldigde bedrag, waarbij het percentage trapsgewijs lager wordt naarmate de vordering hoger wordt, met een minimum van € 40.

    Op grond van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dienen boetebedingen in consumentenzaken ambtshalve getoetst te worden. Het heeft de voorkeur van de Raad dat deze verplichting tot ambtshalve toetsing in de formulering van de regeling tot uitdrukking komt. In zijn advies doet de Raad hiervoor een tekstvoorstel.

    In de huidige praktijk worden buitengerechtelijke incassokosten door de rechter regelmatig afgewezen omdat de geconstateerde werkzaamheden bijvoorbeeld tot een enkele aanmaning beperkt zijn gebleven. In de toelichting bij de regeling blijkt niet of de wetgever met de regeling ook hieraan een einde wil maken. Dit zal echter wel een consequentie van de regeling zijn. Indien dit daadwerkelijk de bedoeling van de wetgever is, is het wenselijk dat de regeling met deze notie wordt aangevuld. In het verlengde hiervan wordt opgemerkt dat de afwezigheid van de mogelijkheid tot ambtshalve matiging in combinatie met de minimumvergoeding van € 40 in de praktijk tot gevolg zal hebben dat bij geringe vorderingen de hoogte van de incassokosten in verhouding tot de vordering zeer groot is, terwijl een enkele aanmaning volstaat om voor vergoeding in aanmerking te komen. Het is de vraag of met dit onderdeel van de regeling het beoogde doel van het beschermen van met name consumenten en kleine bedrijven tegen onredelijke incassokosten, wordt gediend.

  • Advies wetsvoorstel wijziging uitvoeringswet Haags Kinderontvoeringsverdrag (15 oktober 2009) (pdf, 27,2 KB)

    Het wetsvoorstel tot wijziging van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering en de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming regelt onder andere:

    • Dat de rechtspraak in zaken over de teruggeleiding van door een ouder ontvoerde kinderen wordt geconcentreerd bij de rechtbank Den Haag resp. het gerechtshof Den Haag.
    • Dat de mogelijkheid tot het instellen van cassatieberoep wordt beperkt zodat deze gevoelige zaken niet jarenlang duren.
    • Dat de tenuitvoerlegging van de beslissing van de rechtbank kan worden geschorst als er hoger beroep is ingesteld. Hiermee wordt een te voortvarende teruggeleiding die mogelijk weer teruggedraaid moet worden, voorkomen.De Raad heeft een positief advies uitgebracht over het wetsvoorstel.
  • Advies wetsvoorstel wijziging uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure (EBB) (13 oktober 2009) (pdf, 230,7 KB)

    Thans vindt de administratieve afhandeling van Europese betalingsbevelen reeds plaats bij de rechtbank ’s-Gravenhage op basis van een Aanwijzingsbesluit van de Raad voor de rechtspraak. Dit is geen afdoende basis voor de structurele geconcentreerde afdoening van deze zaken. De Raad heeft dan ook met instemming kennisgenomen van het wetsvoorstel, aangezien hiermee de door de Raad gewenste concentratie van EBB-zaken bij de rechtbank ’s-Gravenhage in de wet wordt vastgelegd. De Raad maakt verder enkele opmerkingen van wetstechnische aard.

  • Aanvullend advies wetsvoorstel kilometerprijs (1 oktober 2009) (pdf, 55,2 KB)

    Na het tussenadvies van 24 september 2009, heeft de Raad op 28 september 2009 nieuwe prognoses ontvangen van het Ministerie van VenW. Aan de hand van de nieuwe prognoses is in een aanvullend advies een nieuwe doorrekening van de gevolgen voor de Rechtspraak gemaakt. De kosten voor de Rechtspraak van het wetsvoorstel Kilometerprijs zijn 2,2 miljoen euro in jaar 1, oplopend tot 11,6 miljoen euro in jaar 5 (in het advies van oktober 2008 betrof dit: 2,1 miljoen euro in jaar 1 oplopend tot 8,1 miljoen euro in jaar 5).

  • Advies wetsvoorstel Thuisdetentie (1 oktober 2009) (pdf, 97,8 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt in de eerste plaats een wettelijke basis te geven aan de bestaande praktijk om een korte vrijheidsstraf van een veroordeelde die zich niet (langer) in voorlopige hechtenis bevindt, en - in verband met een tekort aan plaatsen in penitentiaire inrichtingen - een deel van een langere gevangenisstraf door middel van thuisdetentie met elektronisch toezicht ten uitvoer te leggen. Verder beoogt het wetsvoorstel om het mogelijk te maken om de voorlopige hechtenis door middel van thuisdetentie met elektronisch toezicht ten uitvoer te leggen en om een veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging van een taakstraf onder elektronisch toezicht te stellen.

    Hoewel de Raad bedenkingen heeft tegen thuisdetentie als executiemodaliteit voor vrijheidsstraffen (en -maatregelen), adviseert hij op dit punt uiteindelijk niet afwijzend. Wel maakt de Raad op onderdelen bezwaar tegen de voorgestelde regeling. Wat betreft de voorgestelde regeling voor thuisdetentie als executiemodaliteit voor de voorlopige hechtenis adviseert de Raad met klem het wetsvoorstel niet in deze vorm in te dienen, omdat de vorm van de voorlopige hechtenis geheel in handen dient te blijven van de rechter. De Raad kan zich vinden in het voorstel om de tenuitvoerlegging van een taakstraf onder elektronisch toezicht mogelijk te maken.

  • Tussenadvies wetsvoorstel kilometerprijs (24 september 2009) (pdf, 28,4 KB)

    De uitgangspunten van het voorontwerp kilometerprijs (waarover de Raad op 23 oktober 2008 heeft geadviseerd) hebben in de loop van het adviestraject grote wijzigingen ondergaan. Een van de wijzigingen heeft betrekking op de rechtsbescherming. Gold in het voorontwerp de factuur niet als beschikking, in het concept wetsvoorstel (versie 5 juni 2009) is dat wel het geval. In het tussenadvies dat de Raad hierover aan de Minister van VenW heeft gezonden, wijst de Raad er op de wijzigingen grote organisatorische en financiële gevolgen voor de Rechtspraak kunnen hebben. Omdat nieuwe informatie over aantallen in het innings- en handhavingstraject niet door het Ministerie van VenW konden worden gegeven, heeft de Raad aan de hand van gegevens in het advies van oktober 2008 een globale doorrekening gemaakt. De Raad spreekt zijn bereidheid uit om een nieuwe doorrekening te maken indien genoemde aannames wijzigen. Tot slot wijst de Raad er op dat de impact van het wetsvoorstel voor de Rechtspraak zodanig groot is, dat de (financiële) gevolgen in het wetsvoorstel dat aan de Ministerraad wordt voorgelegd, moeten worden opgenomen.

  • Advies inzake de tweede nota van wijziging bij het initiatiefwetsvoorstel 30645 (17 september 2009) (pdf, 19,9 KB)

    De Raad is gevraagd advies uit te brengen over de tweede nota van wijziging bij het initiatiefwetsvoorstel houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ten behoeve van de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij controlehandelingen van de fiscus (wetsvoorstel Dezentjé).
    De tweede nota van wijziging heeft de Raad geen aanleiding gegeven tot het maken van inhoudelijke op- en aanmerkingen. De voorgenomen wijzigingen hebben gevolgen voor de werklast van de Rechtspraak. In het advies is een aangepaste werklastberekening opgenomen.

  • Advies voorontwerp Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (16 september 2009) (pdf, 42,2 KB)

    Het voorontwerp strekt tot uitvoering van het voornemen om de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen voor massavorderingen in te voeren. Dit vloeit voort uit een aanbeveling van de Commissie normstellende rol Hoge Raad (Commissie Hammerstein). Het voorontwerp maakt het mogelijk dat de rechter in een procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag kan stellen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op de eis of het verzoek te beslissen en rechtstreeks van belang is voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen.

    De Raad heeft met instemming kennisgenomen van het voorontwerp. Het voorontwerp geeft aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen en het plaatsen van enkele kanttekeningen. Deze betreffen onder meer de bepaling dat alleen de meervoudige kamer prejudiciële vragen stellen. Deze bepaling zou betekenen dat, indien een zaak in behandeling is bij een enkelvoudige kamer, de zaak eerst naar een meervoudige kamer moet worden verwezen, voordat de prejudiciële vraag kan worden gesteld. Het is de vraag of hiermee de met het voorontwerp beoogde snelheid en efficiency worden gediend. Verder merkt de Raad op dat het voor de rechter in het concrete geval lastig kan zijn om te onderbouwen dat er daadwerkelijk sprake is van een veelheid aan vorderingsrechten en acht de Raad het wenselijk dat de toelichting op dit punt wordt aangevuld en in het bijzonder voor de rechter meer aanknopingspunten biedt. Indien de procedure in de praktijk voor individuele massavorderingen de beoogde werking zal blijken te hebben, is het aannemelijk dat dit gevolgen heeft voor de werklast voor de Rechtspraak. De zaken waarin prejudiciële vragen worden gesteld zullen in dat geval aanzienlijk bewerkelijker worden. Aan de andere kant is het aannemelijk dat een substantieel aantal zaken minder bewerkelijk wordt en dat zaken zich bovendien in minder grote aantallen zullen voordoen. Per saldo zal de procedure dan tot lagere instroom voor de Rechtspraak kunnen leiden. Of deze effecten zich daadwerkelijk in de praktijk zullen gaan voordoen en zo ja, in welke omvang, is op dit moment niet in te schatten. De implementatie van het wetsvoorstel door de Rechtspraak zal de nodige organisatorische maatregelen vergen. Zo lijkt het bijvoorbeeld in ieder geval gewenst dat rechters lopende een procedure kunnen zien of op dat moment elders vergelijkbare zaken aanhangig zijn en kunnen zien of er prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn voorgelegd en welke dat zijn

  • Advies wetsvoorstel Versterking samenwerking en gemeenschappelijk functioneren politie (16 september 2009) met bijlage (advies herziening gerechtelijke kaart d.d. 13 juli 2009) (pdf, 45,8 KB)

    Het Wetsvoorstel geeft als zodanig geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen. Wat betreft het punt inzake de voorgenomen schaalvergroting, wijst de Raad nadrukkelijk op het advies dat hij op 13 juli jl. uitbracht over de bestuurlijke constellatie en de vestigingsplaatsen van de Rechtspraak. In dit advies heeft de Raad rekening gehouden met de indeling van de politieregio's. Alle politieregio's vallen nu binnen de arrondissementsgrenzen en er worden dus geen grenzen doorbroken. De Raad acht ook bij mogelijke schaalvergroting congruentie van politieregio's en gerechtelijke kaart noodzakelijk.

    In 2009 heeft de Raad voor de rechtspraak een bijzonder advies uitgebracht over de herziening van de gerechtelijke kaart.

  • Advies wetsvoorstel implementatie kaderbesluit recidive (20 augustus 2009) (pdf, 92,7 KB)

    Het doel van het kaderbesluit is te bewerkstelligen dat bij de beoordeling of sprake is van recidive niet alleen rekening wordt gehouden met vroegere veroordelingen van de betrokkene uitgesproken door de eigen, nationale, strafrechter maar ook met vroegere veroordelingen uitgesproken door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie. Een dergelijke regeling past in de ontwikkeling van de Europese Unie tot een gemeenschappelijke rechtsruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. De Raad suggereert ondermeer om een algemene bepaling op te nemen in de betekenistitel van het Wetboek van Strafrecht en plaatst enkele kanttekeningen bij de wijze waarop het vraagstuk van dubbele strafbaarheid is geregeld, de weigeringsgronden, de verplichting om rekening te houden met eerdere veroordelingen en de informatievoorziening aan de rechter. Voorts wijst de Raad op een ander Kaderbesluit, het Kaderbesluit inzake ECRIS (PbEU L 93). De implementatie van dit complementaire kaderbesluit zal tot gevolg hebben dat op het strafblad van een Nederlandse verdachte ook automatisch álle veroordelingen in andere EU-lidstaten vermeld staan. Nu de Raad nog niet de beschikking heeft over een Wetsvoorstel tot implementatie van dit tweede Kaderbesluit, ziet hij af van een meer uitgewerkte inschatting van de mogelijke werklastconsequenties en de daaraan verbonden financiële effecten bij het onderhavige Wetsvoorstel. De Raad acht het van groot belang om te zijner tijd geconsulteerd te worden over de implementatie van het complementaire kaderbesluit.

  • Advies initiatiefwetsvoorstel Doorverkoop toegangskaarten (22 juli 2009) (pdf, 41 KB)

    Het initiatiefwetsvoorstel strekt tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet handhaving consumentenbescherming in verband met de invoering van voorschriften betreffende de doorverkoop van toegangskaarten voor een tevoren georganiseerde publieke gebeurtenis op het terrein van sport of cultuur (doorverkoop toegangskaarten, Kamerstuk 31 461). De Raad plaatst vraagtekens bij het opnemen van een gedetailleerde regeling van een specifieke koopovereenkomst in het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast gaat de Raad ervan uit dat het wetsvoorstel een verwaarloosbaar aantal extra zaken oplevert. Voor wat betreft de bestuursrechtelijke handhaving voorziet het wetsvoorstel in een mogelijkheid voor de Consumentenautoriteit om in het kader van zijn toezichthoudende functie de norm te handhaven door het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom. Beroepen in eerste aanleg tegen deze bestuursdwangbeslissingen zijn geconcentreerd bij de rechtbank Rotterdam. In hoger beroep vallen zij onder de rechtsmacht van het College van beroep voor het bedrijfsleven. Gegeven de geringe verwachte werklastconsequenties van dit wetsvoorstel is het niet nodig deze rechtsmachtverdeling te wijzigen.

  • Advies Conceptwetsvoorstel tot uitvoering van het Internationale Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (13 juli 2009) (pdf, 54,6 KB)

    Het wetsvoorstel strekt tot uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning. De Raad is van mening dat het aanbeveling verdient om in de MvT nader in te gaan op de vraag waarom bij de strafbaarstelling van gedwongen verdwijning ervoor gekozen is om niet - naast de strafbaarstelling in de Wim - tevens een strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht neer te leggen, nu de strafbaarstelling ook geldt als er geen sprake is van een internationale connotatie. Voorts constateert de Raad dat zowel in de huidige als in de aangepaste definitie in de Wim een opzetvereiste is opgenomen. Dit opzetvereiste ontbreekt in de verdragstekst, waardoor de vraag rijst of de Wim wel in overeenstemming met het Verdrag is. Ook vraagt de Raad zich af waarom het onderdeel 'verhulling'  uit het verdrag niet in de definitie is opgenomen.Tot slot constateert de Raad dat voor wat betreft de strafmaxima alleen aansluiting is gezocht bij de Wim en niet bij overeenkomstige delicten uit het Wetboek van Strafrecht.

  • Advies wijziging Kaderwet elektronische zorginformatieuitwisseling (13 juli 2009) (pdf, 29,1 KB)

    In het Wetsvoorstel wordt een strafrechtelijke bepaling geïntroduceerd die het mogelijk maakt om misbruik van het elektronisch patiëntendossier strafrechtelijk te vervolgen. Na kennisneming van het wetsvoorstel en de bijbehorende Memorie van Toelichting heeft de Raad geconcludeerd dat de stukken niet nopen tot nadere inhoudelijke op- en aanmerkingen. Evenmin zal het voorliggende wetsvoorstel naar inschatting van de Raad leiden tot noemenswaardige werklasteffecten voor de Rechtspraak.

  • Advies wetsvoorstel versterking positie pleegouders (24 juni 2009) (pdf, 29,2 KB)

    De Wet op de jeugdzorg kent op dit moment slechts een beperkte regeling van de positie van pleegouders. In de praktijk levert dit problemen op, zowel bij besluitvorming over een kind door bureau jeugdzorg en de zorgaanbieder die pleegzorg biedt, als bij praktische beslissingen door pleegouders. Het wetsvoorstel heeft ten doel om pleegouders een serieuze partij te laten zijn bij de hulpverlening, zodat zij betere zorg aan het pleegkind kunnen geven. De Raad ondersteunt het streven van de Minister om de rechtspositie van pleegouders te versterken. De Raad bepleit in zijn advies onder meer dat ook de positie van zogenaamde netwerkgezinnen, waarin een kind in spoedsituaties nogal eens wordt opgenomen, geregeld wordt.

  • Advies wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (15 juni 2009) (pdf, 50,8 KB)

    Het wetsvoorstel  cliëntenrechten zorg kan gezien worden als een codificatie van de cliëntenrechten in de zorgsector. Alles is op een rij gezet in één alomvattend wetsvoorstel. De wettelijke regelingen zijn nu versnipperd. Daarnaast zijn er nieuwe elementen toegevoegd. Het wetsvoorstel gaat niet uit van de relatie arts-patiënt, zoals van oudsher vaak het geval is, maar gaat uit van het totaalpakket van de zorg, waarbij een cliënt/patiënt meerdere 'zorgrelaties' heeft, en op alle niveau's kwaliteit geleverd moet worden. De Raad vraagt zich in zijn advies af of deze majeure wetgevingsoperatie niet zal leiden tot een lange periode van rechtsonzekerheid. Het ware te overwegen de bestaande regelingen, waar de praktijk vertrouwd mee is, te ontdoen van de bestaande knelpunten. Verder signaleert de Raad onder meer dat de rechtsbescherming in civiele zaken niet geheel EVRM-proof is.

  • Advies wetsvoorstel wijziging regelingen voorwaardelijke veroordeling en voorwaardelijke invrijheidstelling (9 juni 2009) (pdf, 121,7 KB)

    Het wetsvoorstel voorziet in:

    • Het vastleggen van een lijst met mogelijke bijzondere voorwaarden in het  Wetboek van Strafvordering.
    • Het creëren van een mogelijkheid voor snel ingrijpen indien de voorwaarden bij een voorwaardelijk opgelegde straf niet worden nageleefd.
    • Het doen opgaan van de leerstraf in het stelsel van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk opgelegde straf (en daarmee het laten vervallen van de leerstraf als zelfstandige taakstraf).

    Tevens voorziet het wetsvoorstel in een nadere omschrijving van de bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
    De Raad onderschrijft de doelstelling van het wetsvoorstel, maar plaats kanttekeningen  - deels van juridisch-technische aard - bij onderdelen van het wetsvoorstel en delen van de Memorie van Toelichting. De Raad merkt op dat het streven om het opleggen van korte onvoorwaardelijk vrijheidstraffen zoveel mogelijk te vermijden past bij de notie dat het opleggen van vrijheidsstraffen ultimum remedium behoort te zijn. De Raad werpt de vraag op of het wetsvoorstel zal leiden tot het vaker opleggen van voorwaardelijke straffen in plaats van korte vrijheidsstraffen.

  • Advies wetsvoorstel aanbestedingswet (4 juni 2009) (pdf, 29 KB)

    Het wetsvoorstel strekt tot hernieuwde implementatie van richtlijn nr. 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L 134), en richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134). Daarnaast worden in dit wetsvoorstel de (reeds geldende) beginselen van non-discriminatie, proportionaliteit en transparantie expliciet opgenomen. Het Wetsvoorstel geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen, aangezien het onderdeel rechtsbescherming wordt gevormd door een apart wetsvoorstel implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (WIRA), waarover de Raad reeds op 25 maart 2009 advies heeft uitgebracht.

  • Advies verzamelbesluit rechtsbijstand 2009 (27 april 2009) (pdf, 29,3 KB)

    Het Verzamelbesluit bevat een aanpassing van het Besluit rechtsbijstand en toevoegcriteria (Brt) die verband houdt met de inwerkingtreding van de Wet van 22 november 2006 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de herschikking van de bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en kantonrechter, alsmede van artikel 12 van dat Boek en van artikel 268 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Stb. 3006, 589). Dit houdt in dat er in het Brt een nieuwe categorie kantonzaken wordt opgenomen waarvoor het mogelijk wordt een toevoeging te verlenen. Daarnaast bevat het Verzamelbesluit enkele aanpassingen van het Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand. Zo wordt onder andere aan de wens vanuit de praktijk tegemoet gekomen om de bepalingen over de egalisatiereserves bij ministeriële regeling nader te regelen. Voorts noopt de inwerkingtreding van de Wet tijdelijk huisverbod tot wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Tot slot bevat het Verzamelbesluit enkele technische aanpassingen van het Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Het Verzamelbesluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen.

  • Advies wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (16 april 2009) (pdf, 134,7 KB)

    Het wetsvoorstel voorziet in een compleet pakket van verplichte zorg voor personen met een (vermoeden van een) geestelijke stoornis. De zorg loopt uiteen van thuiszorg tot dwangmedicatie en gedwongen opname en wordt verleend op basis van een rechterlijke machtiging. De rechter wordt hierbij geadviseerd door een Commissie. Het wetsvoorstel is naar de mening van de Raad in grote lijnen een verbetering ten opzichte van de huidige wet BOPZ. Te noemen valt onder meer de aandacht voor persoonsgerichte behandelingen, gericht op het weer doen functioneren van betrokkenen. De Raad is positief over de instelling van een Commissie, die de rechter kan verzoeken tot afgifte van een zorgmachtiging en in dit kader tevens een adviserende rol vervult. De Commissie doet nauwkeurig onderzoek naar de aanwezigheid van een stoornis, de zorgmogelijkheden die geboden kunnen worden en de aanwezige alternatieven. Op die manier wordt het inhoudelijke werk van de rechter verlicht. Hoewel het advies van de Raad in grote lijnen positief is, vraagt de Raad zich wel af of de ambities van het wetsvoorstel waargemaakt kunnen worden. Tot slot heeft het wetsvoorstel gevolgen voor de werklast van de Rechtspraak.

  • Advies implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen (pdf, 69,5 KB)

    Het Wetsvoorstel strekt tot implementatie van de eind 2007 vastgestelde Europese richtlijn waarmee de bestaande richtlijnen over beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten zijn gewijzigd. Met deze Wijzigingsrichtlijn wordt beoogd de werking van de bestaande richtlijnen te verbeteren en daarin verduidelijkingen aan te brengen die voortkomen uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Daartoe voorziet de Wijzigingsrichtlijn in een verplicht in acht te nemen termijn waarbinnen inschrijvers en gegadigden doeltreffend beroep kunnen instellen tegen een gunningsbeslissing van een aanbestedende dienst vóórdat de aanbestedende dienst overgaat tot het sluiten van een overeenkomst met een beoogde wederpartij. Voorts regelt de Wijzigingsrichtlijn dat een overeenkomst die door een aanbestedende dienst is gesloten zonder dat deze termijn in acht is genomen of zonder dat een verplichte voorafgaande bekendmaking van de opdracht heeft plaatsgevonden onverbindend kan worden verklaard. Daarnaast maakt de Wijzigingsrichtlijn mogelijk dat in bepaalde gevallen, waarin een grond voor onverbindendverklaring aanwezig is, gehele vernietiging van de overeenkomst om dwingende eisen met betrekking tot een algemeen belang achterwege blijft. In dat geval verplicht de Wijzigingsrichtlijn tot oplegging van een alternatieve sanctie, die doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend moet zijn en die kan bestaan uit het verkorten van de looptijd van een overeenkomst en/of het opleggen van een boete aan de aanbestedende dienst. Het Wetsvoorstel introduceert in dit verband de mogelijkheid van het opleggen van een bestuurlijke boete.

    De Raad constateert in zijn advies in de eerste plaats dat het Wetsvoorstel geen verandering teweegbrengt in de rechtsbescherming voor belanghebbenden in de fase tussen gunningsbeslissing en het sluiten van de overeenkomst tussen de aanbestedende dienst en de winnende inschrijver. In de tweede plaats plaatst de Raad vraagtekens bij de betekenis voor de praktijk en daarmee bij de effectiviteit van de mogelijkheid voor belanghebbenden om in de postcontractuele fase een bodemprocedure aan te spannen. Teleurgestelde partijen die niet via een kort geding een gunning of heraanbesteding hebben kunnen afdwingen, zullen immers naar verwachting alleen dan een bodemprocedure starten als zij daar beter van kunnen worden. Dit zal logischerwijs het geval zal zijn als er een reële kans op heraanbesteding en/of schadevergoeding is, welke kans niet hoog wordt ingeschat. In de derde plaats verwacht de Raad dat zich in de praktijk een gering aantal zaken zal aandienen waarin een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, er doorgaans geruime tijd zal verstrijken tussen de overeenkomst en de eventuele boete en dat mede als gevolg daarvan het afschrikwekkende effect van de boete gerelativeerd moet worden.

  • Advies ontwerpregelgeving Modern migratiebeleid (19 maart 2009) (pdf, 57,4 KB)

    De ontwerpregelgeving Modern migratiebeleid bevat een schets van het nieuwe reguliere toelatingsstelsel. De ontwerpregelgeving bevat de uitwerking van de Blauwdruk Modern migratiebeleid waarover de Raad op 15 mei 2008 heeft geadviseerd (zie advies 2008/16). Het advies over de ontwerpregelgeving is grotendeels in lijn met het in mei 2008 uitgebrachte advies

  • Advies wetsvoorstel wijziging Vreemdelingenwet 2000 en ontwerpbesluit tot wijziging Vreemdelingenbesluit 2000 (19 maart 2009) (pdf, 56,3 KB)

    De voorstellen inzake de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 beogen de asielprocedure te verbeteren en de indiening van het aantal herhaalde aanvragen zoveel mogelijk te beperken en bevatten de uitwerking van de uitgangspunten zoals verwoord in de beleidsbrief “Naar een effectievere asielprocedure en een effectiever terugkeerbeleid”. De Raad heeft over deze beleidsbrief op 15 mei 2008 geadviseerd (zie advies 2008/18). Het advies over de voorstellen is grotendeels in lijn met het in mei 2008 uitgebrachte advies.

  • Advies wetsvoorstel opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (5 maart 2009) (pdf, 122,8 KB)

    Het wetsvoorstel Opsporing en verzekering onverzekerden volgt op het wetsvoorstel Structurele maatregelen wanbetalers, waarover de Raad op 11 april 2008 geadviseerd heeft. Het wetsvoorstel Opsporing en verzekering onverzekerden strekt ertoe onverzekerden te identificeren en aan te sporen zich alsnog te verzekeren. Blijkt dat iemand onverzekerd is dan zal het College voor zorgverzekeringen (CVZ) de betrokkene aanmanen met de mededeling dat hij staat gesignaleerd als onverzekerd. Wordt drie maanden na deze aanmaning geconstateerd dat de betrokkene nog niet verzekerd is, dan legt het CVZ een boete op. Verstrijken vervolgens weer drie maanden en heeft de betrokkene zich alsnog niet verzekerd, dan legt het CVZ een tweede boete op. Deze tweede boete gaat vergezeld van een last onder bestuursdwang. Wordt ook hieraan geen gevolg gegeven dan komt de betrokkene in de situatie dat hij door het CVZ ambtshalve wordt ondergebracht bij een zorgverzekeraar. Het CVZ handelt dan als wettelijk vertegenwoordiger van de onverzekerde. Gedurende een jaar is vervolgens het wanbetalersregime, zoals dat is vastgesteld in de wet Structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering, van toepassing.

    Kort samengevat plaatst de Raad de volgende opmerkingen bij het wetsvoorstel:

    • De mogelijkheid bestaat dat de aanmaning - ondanks het gestelde in de MvT - als besluit moet worden aangemerkt.
    • In de motivering voor de uitsluiting van bestuursrechtelijke rechtsbescherming bij de toepassing van de bestuursdwang kan de Raad zich niet vinden. •Bij de constructie dat bestuursdwang kan strekken tot het verrichten van een rechtshandeling, kunnen vraagtekens worden geplaatst.
    • Het voorgestelde artikel 9d lid 5 bepaalt - kort gezegd - dat degene die door het CVZ ambtshalve verzekerd is, na een daartoe strekkende mededeling van het CVZ twee weken de tijd heeft om de verzekering te ontbinden. De Raad vraagt zich af waarom niet voor vernietiging als beëindigingswijze is gekozen.
    • Het feit dat het uiteindelijke resultaat van het optreden van het CVZ is dat een privaatrechtelijke overeenkomst met een zorgverzekeraar tot stand komt, impliceert dat de rechter de rechtsgevolgen op grond van de redelijkheid en billijk kan mitigeren.

    De werklasteffecten ten gevolge van nieuwe zaaksaantallen en de prijseffecten tezamen resulteren in een werklasttoename van € 2.000.000,- in jaar 1 na invoering, aflopend naar  €100.000,- in jaar 5 na invoering.


     

  • Advies wetsvoorstel wet forensische zorg (25 februari 2009) (pdf, 153,7 KB)

    Het Wetsvoorstel beoogt de noodzakelijke aansluiting van de forensische zorg met andere vormen van geestelijke gezondheidszorg te verbeteren, de kwaliteit van de forensische zorg te verhogen en tevens de recidive van forensische patiënten te verminderen ten behoeve van de veiligheid van de samenleving. De Raad onderschrijft de doelstellingen van het Wetsvoorstel om de aansluiting tussen de forensische zorg en andere vormen van geestelijke gezondheidszorg te verbeteren, de kwaliteit van de forensische zorg te verhogen en de recidive van forensische patiënten te verminderen. Het Wetsvoorstel beoogt onder meer de aard van de als onderdeel van een straf of maatregel te verlenen forensische zorg binnen het beslissingskader van de strafrechter te brengen. De Raad heeft daartegen grote bedenkingen. Het Wetsvoorstel introduceert in de strafrechtspraak een stelselvreemd onderwerp. Dat wordt versterkt door de typisch strafrechtelijke en strafvorderlijke onderdelen van het voorstel niet in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering te regelen. De Raad benadrukt dat de strafrechter onvoldoende is geëquipeerd voor de beoordeling van indicatieadviezen. Tegen het gebruik van de terminologie ”bevestigen” van het indicatieadvies heeft de Raad principieel bezwaar. De Raad heeft voorts bezwaar tegen de verplichting voor de strafrechter om alvorens forensische zorg op te leggen zich een indicatieadvies te doen overleggen. Deze verplichting vormt een ongewenste en onnodige inbreuk op de beslissingruimte van de strafrechter. Bovendien leidt dit tot allerlei praktische complicaties die in het Wetsvoorstel niet of onvoldoende lijken te worden onderkend. De Raad acht het Wetsvoorstel wat betreft de straf(proces)rechtelijke aspecten onvoldoende doordacht en daarom in deze vorm niet rijp voor indiening.

  • (2009/06) Advies wetsvoorstel regulering prostitutie (18 februari 2009) (pdf, 143,8 KB)

    In het wetsvoorstel wordt een verplicht vergunningstelsel voor alle seksbedrijven ingesteld. Voor een prostitutiebedrijf wordt een meer omvattende regulering voorgesteld dan voor de overige vormen van seksgerelateerde bedrijvigheid. Daarnaast zal ingevolge dit wetsvoorstel de zelfstandig werkende prostituee zich dienen te registreren en wordt illegaal aanbod van prostitutie strafbaar gesteld. Het wetsvoorstel bevat maatregelen en instrumenten om het toezicht en de handhaving te vergemakkelijken. Het gaat dan om een scherpe(re) regulering van het legale deel van de seksbranche enerzijds en om de aanpak van het illegale deel daarvan anderzijds. In dit kader is onder meer gekozen voor strafbaarstelling van de volgende gedragingen: (1) het afnemen van illegale diensten van een prostituee; (2) het zich prostitueren in een niet vergund, dan wel niet geregistreerd, prostitutiebedrijf, dan wel niet zijn/haar registratienummer in advertenties vermelden, en (3) de illegale exploitatie van een prostitutiebedrijf.
    Het voorstel geeft de Raad aanleiding tot het maken van enkele op- en aanmerkingen. Tevens wordt verwacht dat het voorstel gevolgen voor de werklast voor de Rechtspraak heeft.

  • (2009/05) Advies wijziging wet op het notarisambt (18 februari 2009) (pdf, 105,9 KB)

    Het wetsvoorstel voorziet in een actiever toezicht op de integriteit van notarissen dan thans mogelijk is. Tuchtrecht en toezicht, die nu nog verweven zijn, worden gescheiden en de geheimhoudingsplicht van de notaris wordt beperkt. De Raad heeft op zichzelf geen bezwaar tegen beperking van de geheimhoudingsplicht, maar vraagt aandacht voor een aantal gevolgen die deze keuze met zich meebrengt en die in het wetsvoorstel niet onderkend zijn. Verder stemt de Raad in met terugbrenging van het aantal kamers van toezicht van 19 naar 5 vanwege het geringe aantal zaken per kamer. De Raad zal later adviseren over de vraag bij welke vijf rechtbanken de nieuwe kamers voor het notariaat zouden moeten worden ondergebracht.

  • (2009/04) Advies wijziging uitvoeringswet Haags Kinderontvoeringsverdrag (16 februari 2009) (pdf, 19 KB)

    De voorgestelde wijzigingen betreffen de afschaffing van het cassatieberoep tegen een beslissing over teruggeleiding van een ontvoerd kind, behoudens cassatie in het belang der wet en de concentratie van rechtspraak in eerste aanleg en hoger beroep bij de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft bij brief van 19 december 2008 advies uitgebracht over dit wetsvoorstel. De Raad onderschrijft dit advies.

  • Advies wetsvoorstel inperking taakstraffen (6 februari 2009) (pdf, 105,3 KB)

    De Raad voor de rechtspraak plaatst kanttekeningen bij het wetsvoorstel om de mogelijkheden voor het opleggen van een taakstraf voor ernstige zeden- en geweldsmisdrijven te beperken. De Raad vindt het wetsvoorstel overbodig, enigszins overhaast en over een staatsrechtelijke grens heen gaan. Het is goed om een maatschappelijke discussie te voeren over nut en noodzaak van taakstraffen maar voor de voorgestelde inperking van de rechterlijke bevoegdheid zijn, volgens de Raad, onvoldoende goede gronden aangevoerd. Strafoplegging vraagt om maatwerk door de rechter.

  • Advies besluit identiteitsvaststelling (27 januari 2009) (pdf, 58,4 KB)

    Het Ontwerpbesluit geeft vooral uitvoering aan het voorstel van Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen (Kamerstukken II 2007/08, 31 436). De Raad voor de rechtspraak heeft op 2 juli 2007 over deze Wet een advies uitgebracht. De Raad signaleert in het Ontwerpbesluit enkele punten die verduidelijking en/of aanpassing behoeven.

  • Advies wetsvoorstel versterking positie rechter-commissaris (22 januari 2009) (pdf, 189,8 KB)

    Het wetsvoorstel beoogt de positie van de rechter-commissaris in strafzaken te versterken. In het wetsvoorstel wordt daartoe onder meer voorgesteld de regelingen van het gerechtelijk vooronderzoek en de mini-instructie - en de daarmee samenhangende formaliteiten - te schrappen en deze te vervangen door de regeling in de nieuwe artikelen 181 t/m 185 van het Wetboek van Strafvordering. De Raad onderschrijft op zichzelf het doel van het wetsvoorstel: de versterking van de positie van de rechter-commissaris in het voorbereidend onderzoek. Met het wetsvoorstel wordt beoogd terug te keren naar de situatie van vóór de herziening van het gerechtelijk vooronderzoek met een ‘sterkere’ rechter-commissaris in het voorbereidend onderzoek. Daartoe worden het gerechtelijk vooronderzoek en de bij de herziening geïntroduceerde ‘mini-instructie’ afgeschaft. Het wetsvoorstel voorziet echter niet in een (vervangend) kader waarbinnen de rechter-commissaris zijn taken en bevoegdheden kan uitoefenen. Er ontstaat een situatie waarin aan de rechter-commissaris zonder (voldoende) samenhang een reeks op zichzelf staande taken en bevoegdheden is toegekend. Voor het welslagen van de beoogde en door de Raad onderschreven versterking van de positie van de rechter-commissaris is zo’n overkoepelend kader echter onontbeerlijk. Voorts wordt in de toelichting aangekondigd dat in voorstellen die nog zullen volgen, de rol van de rechter-commissaris verder gestalte zal krijgen, met name met betrekking tot de regeling van de processtukken, de positie van de verdediging en de regeling van de opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen. Voor een deugdelijke en afgewogen beoordeling van het wetsvoorstel is in de ogen van de Raad kennisneming van die andere voorstellen noodzakelijk. Verder acht de Raad het wetsvoorstel in juridisch-technische zin niet voldragen. De Raad adviseert daarom het wetsvoorstel op te leggen totdat het in het kader van het Project Strafvordering 2011 in samenhang met en tegen de achtergrond van de andere aangekondigde voorstellen kan worden bezien. De Raad biedt tevens aan door middel van expertise uit het werkveld een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van het wetsvoorstel.

 

 

Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via
Stel uw vraag via

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m vrijdag tussen 8.00 en 20.00 uur.

Veelgestelde vragen aan het Rechtspraak Servicecentrum