Yvo van Kuijck

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Yvo van Kuijck

Wie tbs krijgt, komt daar nooit meer vanaf. Dat denken veel mensen die worden vervolgd voor een ernstig misdrijf. Steeds meer verdachten weigeren daarom mee te werken aan onderzoek naar hun psychische toestand tijdens het misdrijf. ‘Dat is jammer, want een tbs-behandeling kan mensen echt vooruit helpen’, zegt Yvo van Kuijck, tot 1 januari 2016 voorzitter van de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daar kunnen terbeschikkinggestelden in beroep gaan tegen verlenging van hun tbs.

Portret van Yvo van Kuijck met toga over de arm Yvo van Kuijck

 

Expertise

Tbs duurt 2 jaar en wordt zo nodig telkens verlengd met 1 of 2 jaar. Is de maatregel opgelegd na een geweldsdelict (wat meestal zo is), dan kan de officier van justitie onbeperkt verlenging blijven vragen bij de rechtbank. Bij jeugd-tbs (officieel de pij-maatregel: plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) is dat anders; die kan na 7 jaar niet verder worden verlengd. ‘Maar als het gevaar dan nog niet is geweken, kan  sinds kort de pij worden omgezet in tbs’, zegt Van Kuijck. Tbs-gestelden en jongeren met een pij-maatregel kunnen een verlengingsbeslissing van de rechtbank aanvechten bij de gespecialiseerde penitentiaire kamer in Arnhem. Naast 3 rechters zitten ook een psycholoog en een psychiater in die kamer. Daardoor is het niet nodig om voor elke zitting gedragsdeskundigen op te roepen. 'We hebben die expertise zelf in huis, dat werkt, heel prettig’, zegt Van Kuijck. ‘We bereiden de zitting samen voor en komen met zijn allen tot een oordeel. De stemmen van de gedragsdeskundigen wegen vooral zwaar bij vragen over de diagnostiek en de inschatting van het risico dat iemand opnieuw een misdrijf zal plegen.’

Impasse

Ook veelplegers kunnen bij de penitentiaire kamer in beroep gaan tegen hun gevangenschap, maar het zwaartepunt ligt bij de tbs-verlengingen: maandelijks behandelt de kamer circa 36 zaken van tbs’ers. 'Wij mogen niet op de stoel van de behandelaar gaan zitten, maar proberen wel te beoordelen of er schot zit in de behandeling en hoe het staat met het actuele gevaar van herhaling. Op grond van wat de kliniek en eventuele externe deskundigen daarover zeggen, wegen we de belangen van de samenleving en de tbs-gestelde tegen elkaar af. Als er sprake is van een impasse in de behandeling, kunnen we de kliniek adviseren om toch met verlof te beginnen, of de tbs’er over te plaatsen naar een andere kliniek. We kunnen, ook - naast verlengen of beëindigen - beslissen tot een voorwaardelijke beëindiging. De tbs’er kan dan onder stikte voorwaarden en met reclasseringstoezicht buiten de kliniek verblijven. Leeft hij de voorwaarden niet na, dan kan de dwangverpleging worden hervat.’ 

Publieke opinie

De hamvraag is steeds of het gevaar nog zo groot is dat het de verlenging van de tbs-maatregel rechtvaardigt. 'Iemand die schizofreen is en door medicatie wordt  gestabiliseerd, waardoor het gevaar duidelijk vermindert, kan misschien wel met een rechterlijke machtiging worden opgenomen in een gewoon psychiatrisch ziekenhuis. Daar zit je nog steeds tussen 4 muren, maar je bent wel van die gehate drie letters af. Dat stempel wil niemand hebben. Bovendien ben je als tbs’er voor elke vorm van verlof afhankelijk van toestemming van de staatssecretaris. En dus van de publieke opinie. In 2008 is een onafhankelijk college in het leven geroepen dat de staatssecretaris adviseert over verlofverzoeken: het Adviescollege Verloftoetsing tbs. Als slachtoffers of nabestaanden protesteren, ontstaat grote politieke druk en kan verlof alleen al om die reden worden afgewezen. Terwijl het toch alleen om de veiligheid zou moeten gaan. Het zou beter zijn als het adviescollege, dat op afstand staat van de politiek, zelf kon beslissen.’

Angstbeeld

Veel mensen hebben het angstbeeld dat tbs’ers op een dag zomaar worden losgelaten. ‘Daar is echt geen sprake van’, zegt Van Kuijck. ‘Het is eerder zo dat mensen onterecht langer binnen worden gehouden, omdat iedereen wil voorkomen dat zij na hun vrijlating opnieuw iets vreselijks doen. De terugkeer naar de samenleving gaat met heel kleine stapjes en steeds iets meer bewegingsvrijheid. Pas in de laatste fase gaan tbs-gestelden op proefverlof, onder toezicht van de reclassering.’ Dat uitgebreide stappenplan is noodzakelijk om te toetsen of de behandeling werkt. ‘Behandelaars moeten kunnen zien hoe iemand reageert op prikkels en omgaat met conflicten. Je kunt dat niet binnen de kliniek toetsen, want de druk daar is niet te vergelijken met die in de buitenwereld. Vergelijk het maar met leren zwemmen. Je kunt wel op het droge de slagen oefenen, maar je zult toch een keer het water in moeten om te kijken of het lukt.’

Psychopaten

Van Kuijck is al zo’n 25 jaar betrokken bij de tbs. Hij begon bij het Openbaar Ministerie en kwam in 1989 als openbaar aanklager bij de penitentiaire kamer terecht. Na zijn overstap naar de Rechtspraak in 1998 werd hij voorzitter van de sectie tbs bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, lid van het Adviescollege Verloftoetsing en in 2011 voorzitter van de penitentiaire kamer. Hij werd met de vreselijkste misdrijven geconfronteerd, maar raakte ook onder de indruk van hoe gevaarlijke mensen na een intensieve behandeling toch weer verder kunnen. ‘Veel mensen denken bij tbs aan gewetenloze psychopaten, maar dat is een minderheid. De meeste tbs’ers hebben een stoornis die ons allemaal kan treffen. Door een slechte start in het leven hebben zij zich vaak niet goed kunnen hechten aan anderen. Dat leidt dan tot ernstige scheefgroei en kan hen gevaarlijk maken. De behandeling is erop gericht dat gevaar te minimaliseren.’

Positief

De raadsheer is ‘zonder meer positief’ over tbs. ‘De kans dat iemand opnieuw een ernstig misdrijf pleegt, is bij tbs-gestelden veel kleiner dan bij gewone gevangenen. Daarom heeft de maatregel ook in het buitenland een goede naam. Helaas werken steeds meer verdachten niet mee aan onderzoek naar hun toerekeningsvatbaarheid, uit angst voor onbeperkte verlenging van de tbs. Daardoor leggen rechters tegenwoordig nog geen 100 keer per jaar tbs op; dat was voorheen bijna het dubbele. Dat is niet alleen nadelig voor de samenleving, maar ook voor de veroordeelde. Want wat is het alternatief? Ze krijgen een lange gevangenisstraf en hebben een grote kans om daarna, onbehandeld, weer in de fout te gaan.’