ECLI:NL:CRVB:2025:1699
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor intakekosten bewindvoering. Ingangsdatum. Geen bijzondere omstandigheden. Tegenwettelijk beleid. Geen geslaagd beroep op evenredigheidsbeginsel. Geen niet-verdisconteerde omstandigheden. Devolutieve werking hoger beroep. Schending motiverings- en gelijkheidsbeginsel.
Tussen partijen is in geschil of voor de intakekosten aanspraak bestaat op bijzondere bijstand met terugwerkende kracht. Het college heeft terecht aangevoerd dat in dit geval bijzondere omstandigheden daartoe ontbreken. Ook het evenredigheidsbeginsel noopt niet tot bijstandverlening, want van niet-verdisconteerde omstandigheden is geen sprake aangezien de essentie van art. 44 PW - degene die niet of niet tijdig zijn aanvraag indient verspeelt zijn rechten - de wetgever niet kan zijn ontgaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt wel. Uit de door betrokkenen overgelegde besluiten blijkt niet dat sprake is van een incidentele fout. Gebleken is dat het college bij herhaling – zoals ook in dit geval – met terugwerkende kracht bijzondere bijstand heeft toegekend voor een deel van de gevraagde bewindvoeringskosten en voor een ander deel niet. Dit betekent dat het college de gevraagde bijstand voor de intakekosten moet toekennen.
Zie ook: ECLI:NL:CRVB:2025:1700, ECLI:NL:CRVB:2025:1701 en ECLI:NL:CRVB:2025:1702
ECLI:NL:CRVB:2025:1704
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering. Draagkracht. Beroep op evenredigheidsbeginsel. Rechterlijke toetsing. Geen redelijke beleidsbepaling. Zelf voorzien. Afwijzing verzoek om digitale zitting.
Indien de aanvrager zich erop beroept dat het beleid en/of besluit over draagkracht in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, dient de bestuursrechter zoals voorheen te beoordelen of de bijstandsverlenende instantie met dit beleid binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven.
De in geding zijnde beleidsregel – waarmee voor een aanvrager van bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering in ongunstige zin wordt afgeweken van een aanvrager van bijzondere bijstand voor andere kosten – is niet gebaseerd op omstandigheden die betrekking hebben op het al dan niet zelf kunnen dragen van de kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd, maar uitsluitend op het beheer van de gemeentelijke financiën. Daarom is het college met die beleidsregel buiten de grenzen van een redelijke beleidsbepaling getreden.
ECLI:NL:CRVB:2025:1705
Gedeeltelijke toekenning bijzondere bijstand. Kosten bewindvoering. Draagkracht. Beroep op evenredigheidsbeginsel. Rechterlijke toetsing. Geen onredelijke beleidsbepaling. Geen bijzondere omstandigheden.
Indien de aanvrager zich erop beroept dat het beleid en/of besluit over draagkracht in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, dient de bestuursrechter zoals voorheen te beoordelen of de bijstandsverlenende instantie met dit beleid binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven.
Het door het college gemaakte onderscheid naar toepasselijke bijstandsnorm en de beslissing om een bedrag ter hoogte van 2,5 keer de toepasselijke bijstandsnorm vrij te laten, is gebaseerd op het gangbare kostenpatroon van de betrokkene. In zoverre is uitsluitend in ogenschouw genomen wat betrokkene gelet op zijn leefsituatie en kostenpatroon van de noodzakelijke kosten zelf kan dragen. Niet kan worden gezegd dat het college, gezien de hem toekomende beoordelingsruimte, daarmee niet binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven. Appellant heeft verder geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het college met (analoge) toepassing van artikel 4:84 van de Awb van dat beleid had moeten afwijken.
ECLI:NL:CRVB:2025:1706
Terugvordering van bijstand. Achteraf verkregen middelen. Onjuiste vermogensvaststelling. Geen geslaagd beroep op evenredigheidsbeginsel. Zelf voorzien.
Het college heeft de berekening van het vermogen van appellante op de peildatum ten onrechte beperkt tot het door appellante ontvangen bedrag uit de verkoop van de voormalige echtelijke woning en het banksaldo op de peildatum, minus leefgeld. Het college had ook moeten onderzoeken of appellante schulden had op de peildatum. Het college heeft bij de terugvordering met toepassing van art. 58 lid 2 onder f ten eerste geen blijk gegeven van een onevenwichtige belangenafweging. Niet is vereist dat de betrokkene al bij de bijstandsverlening wordt geïnformeerd over een mogelijke latere terugvordering.
ECLI:NL:CRVB:2025:1772
Uitvoering executoriaal derdenbeslag. Maandelijkse afdracht vakantiegeld. Buiten kader beslag getreden. Toewijzing verzoek om schadevergoeding. Instandlating rechtsgevolgen.
Uitgangspunt is dat de vakantietoeslag niet maandelijks wordt uitbetaald, maar maandelijks wordt gereserveerd en eenmaal per jaar wordt uitbetaald in juni. Dit brengt mee dat de vakantietoeslag niet opeisbaar is in de maanden dat het wordt gereserveerd, maar uitsluitend in de maand waarin het wordt uitbetaald. De vakantietoeslag van appellante werd jaarlijks uitgekeerd. Als gevolg daarvan was er in de maanden waarin de vakantietoeslag moest worden gereserveerd dus ook geen aan appellante uit te keren vakantietoeslag om aan de deurwaarder af te dragen. Dit betekent dat het college met de maandelijkse afdracht van het vakantiegeld niet is gebleven binnen het kader van het beslag. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Appellante vordert de schade die zij ten gevolge van de maandelijkse afdracht van de vakantietoeslag lijdt, in totaal een bedrag van € 255,71. Het college heeft dit niet betwist, zodat het verzoek wordt toegewezen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1756
Afwijzing aanvraag. Eenmalige energietoeslag 2022. Beleid. Studenten. Discriminatie. Opdracht nieuw besluit.
Studenten in Rotterdam kunnen, net als personen die onder de reikwijdte van de beleidsregels vallen, te maken krijgen met gestegen energiekosten. Dat studenten als groep bezien mogelijk in mindere mate met gestegen energielasten te maken krijgen, maakt hun situatie in het licht van de opzet van de regeling niet zodanig anders dat het college studenten als niet vergelijkbare gevallen mocht aanmerken. Er is daarmee sprake van ongelijke behandeling, die bovendien onvoldoende objectief gerechtvaardigd en 'manifestly without reasonable foundation' is. De uitsluiting van de volledige groep studenten is namelijk geen redelijk en geschikt middel om een doelmatige besteding van middelen en het voorkomen van overcompensatie te bereiken. Hierbij is mede van belang dat een nadere categorische afbakening, zoals in ECLI:NL:CRVB:2024:304, eenvoudig mogelijk is.
ECLI:NL:CRVB:2025:1775
Uitvoering executoriaal derdenbeslag. Maandelijkse afdracht vakantiegeld. Buiten kader beslag getreden. Toewijzing verzoek om schadevergoeding. Instandlating rechtsgevolgen. Uitgangspunt is dat de vakantietoeslag niet maandelijks wordt uitbetaald, maar maandelijks wordt gereserveerd en eenmaal per jaar wordt uitbetaald in juni. Dit brengt mee dat de vakantietoeslag niet opeisbaar is in de maanden dat het wordt gereserveerd, maar uitsluitend in de maand waarin het wordt uitbetaald. De vakantietoeslag van appellant werd jaarlijks uitgekeerd. Als gevolg daarvan was er in de maanden waarin de vakantietoeslag moest worden gereserveerd dus ook geen aan appellant uit te keren vakantietoeslag om aan de deurwaarder af te dragen. Dit betekent dat het college met de maandelijkse afdracht van het vakantiegeld niet is gebleven binnen het kader van het beslag. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Ter zitting heeft appellant toegelicht dat zijn schade ten gevolge van de maandelijkse afdracht van de vakantietoeslag € 268,60 bedraagt. Het college heeft dit niet betwist, zodat het verzoek wordt toegewezen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1889
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en griffierecht. Ingangsdatum. Geen bijzondere omstandigheden. Geen geslaagd beroep op evenredigheidsbeginsel. Geen niet-verdisconteerde omstandigheden.
Wat appellant heeft aangevoerd, levert geen bijzondere omstandigheden op die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was om eerder dan 13 juli 2022 een schriftelijke aanvraag in te dienen bij het college. Hij wist immers al in februari 2022, toen het verzoek tot onderbewindstelling werd gedaan, van het verwachte bewind. Ook het evenredigheidsbeginsel noopt niet tot bijstandverlening, want niet is geconcretiseerd gesteld welke bijzondere omstandigheden zich voordoen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1892
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten. Geen bijzondere omstandigheden. Voorzienbaarheid. Reserveren. Consistente toepassing tegenwettelijk beleid. Geen geslaagd beroep op het evenredigheidsbeginsel.
i. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Daarnaast is niet aan de voorwaarde van onvoorziene verhuizing van art. 15 onder b Richtlijnen bijzondere bijstand Utrecht (RBBU) is voldaan. De verhuizing was voorzienbaar, gelet op de problemen met de buren en dat appellant dat ook daadwerkelijk voorzag blijkt uit de inschrijving bij WoningNet in 2018. Appellant heeft niet voldoende onderbouwd dat hij voorafgaand aan zijn verhuizing, in ieder geval vanaf 2018, onvoldoende heeft kunnen reserveren. Appellant heeft verder een betalingsregeling met de verhuurder kunnen treffen voor zijn huurachterstand.
ii. In art. 17 lid 1 onder a t/m f RBBU – wat tegenwettelijk begunstigend beleid betreft – gaat het om personen die uit een situatie komen waarin ze geen eigen woning hadden en daarom geen woninginrichting bezitten om een woning in te richten, dan wel om bijzondere redenen geen woninginrichting meer hebben als ze een nieuwe woning betrekken. De situatie van appellant was anders. Hij is van de ene woning naar een andere woning verhuisd en had dus al een ingerichte woning. Appellant kan daarom niet met de doelgroepen uit voornoemde bepaling worden gelijkgesteld.
ECLI:NL:CRVB:2025:1895
Intrekking, terugvordering, invordering en verrekening van AIO. Schending inlichtingenverplichting. Vermogen in buitenland. Herhaling beroepsgronden. Bijkomende beschikking. Procesbelang. Beslagvrije voet. Gewenningsregeling. Zelf voorzien.
Ter zitting heeft de Svb erkend dat het verrekeningsbesluit onjuist is gemotiveerd, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat niet in geschil is dat de Svb het aflossingsbedrag op de juiste wijze heeft vastgesteld. Wel heeft de Svb een te hoog bedrag ingehouden van het ouderdomspensioen van appellante. De Svb hanteert een gewenningsregeling en die was op appellante van toepassing, maar in de besluitvorming is daarmee ten onrechte geen rekening gehouden. In de situatie van appellante heeft de Svb in de periode van augustus 2022 tot februari 2023 ten onrechte de volledige aflossingscapaciteit in plaats van 50% van appellante gebruikt ter verrekening van de vordering. In zoverre kan appellanten belang bij herstel van het onjuiste verrekeningsbesluit niet worden ontzegd. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat appellante vanaf augustus 2023 feitelijk minder heeft betaald dan de Svb op basis van de gewenningsregeling mocht verrekenen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1900
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Draagkracht kan niet worden vastgesteld. Inkomsten uit gokactiviteiten. Verwervingskosten. Geen bewijsnood. Geen vergoeding bezwaarkosten. Geen wijziging rechtsgevolg.
Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de inkomsten uit gokken inkomsten zijn die kunnen worden aangewend voor de kosten van levensonderhoud en dus van belang zijn voor het bepalen van de draagkracht van appellant. Ook is terecht gesteld dat het voor het vaststellen van de draagkracht nodig was om inzicht te hebben in de mutaties en te beschikken over de mutatie-overzichten van de gokaccounts. De beroepsgrond dat appellant in bewijsnood verkeert omdat hij geen toegang meer had tot zijn accounts slaagt niet, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang meer had of kon krijgen tot zijn accounts.